Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 22:1 Lukas 22:2 Lukas 22:3 Lukas 22:4 Lukas 22:5 Lukas 22:6 Lukas 22:7 Lukas 22:8 Lukas 22:9 Lukas 22:10 Lukas 22:11 Lukas 22:12 Lukas 22:13 Lukas 22:14 Lukas 22:15 Lukas 22:16 Lukas 22:17 Lukas 22:18 Lukas 22:19 Lukas 22:20 Lukas 22:21 Lukas 22:22 Lukas 22:23 Lukas 22:24 Lukas 22:25 Lukas 22:26 Lukas 22:27 Lukas 22:28 Lukas 22:29 Lukas 22:30 Lukas 22:31 Lukas 22:32 Lukas 22:33 Lukas 22:34 Lukas 22:35 Lukas 22:36 Lukas 22:37 Lukas 22:38 Lukas 22:39 Lukas 22:40 Lukas 22:41 Lukas 22:42 Lukas 22:43 Lukas 22:44 Lukas 22:45 Lukas 22:46 Lukas 22:47 Lukas 22:48 Lukas 22:49 Lukas 22:50 Lukas 22:51 Lukas 22:52 Lukas 22:53 Lukas 22:54 Lukas 22:55 Lukas 22:56 Lukas 22:57 Lukas 22:58 Lukas 22:59 Lukas 22:60 Lukas 22:61 Lukas 22:62 Lukas 22:63 Lukas 22:64 Lukas 22:65 Lukas 22:66 Lukas 22:67 Lukas 22:68 Lukas 22:69 Lukas 22:70 Lukas 22:71


Lukas 22:64 — Het slaan en belachelijk vragen wie het is
Belangrijke interpretatieve kern: In Lukas 22:64 tonen de overspelige mishandeling en spot van de toeschouwers de verharding van het verhoor tegen Jezus en de onrechtvaardige macht die Hem ondergaat. Het aanzicht en de vraag “Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?” accentueren Zijn onschuld te midden van vijandigheid, en openen een weerbarstig maar hoopvol moment waarin Christus zwijgt als de Messias die de last van de zonde draagt.
Literair‑context
Het vers verschijnt in de passiesfeer rondom het oordeel tegen Jezus. De getuigen van de hoon en de gezagvoerders gebruiken verontwaardiging om Jezus te doen schijnen als een bedrieger. Lukas laat zien hoe de Hoge Raad en de menigte samenwerken in een draaikolk van veroordeling, terwijl Jezus vooral uit stilte en schijnbare onderdrukking spreekt. Het gezicht van geweld wordt tegelijk een teken van menselijke wreedheid en Jezus’ volkomen zwijgen als volbrachte redding.
Theologische betekenis
Hier wordt de onschuld van Christus duidelijk: Hij wordt geslagen zonder verweer, zodat de zonde en schuld van de mens vereffend kunnen worden. Het stilzwijgen, gecorrumpeerd door het gehoor van Gods raad, laat zien dat de ware Messias niet uit kracht, maar uit gehoorzaamheid handelt. In de verontwaardiging van het gezicht en in de spotdreiging ligt een diepe les: de mens zoekt vaak naar luidruchtige bevestiging, maar God trekt Zijn plan door, zelfs door zwijgen en pijn.
Verbindingen met het hele Schriftverband
- Overweging uit het Oude Verbond: het lijden van de rechtvaardige en het profiel van de Voorstelling als Pascha verwijzen naar een lang verwachte Verlosser die door lijden komt.
- Nieuwe Testament‑koppeling: bij Johannes en Marcus wordt de geleidelijke openbaring van Jezus’ identiteit bevestigd, terwijl hier het geheim van Zijn messiaanse roeping centraal staat, bevestigd door Zijn volhardend geduld.
- Cross‑referenties: Jesaja 53:7 (het stille dragen van het onrecht), Psalm 22 (wanorde en toewijding in het lijden). De kerngedachte is dat het lijden van Christus niet het einde is, maar de weg naar verzoening.
Reflectievragen
Core conclusie
In dit moeilijkste moment van menselijke onrecht wordt Jezus’ identiteit niet door luidruchtige uitspraken bevestigd, maar door Zijn bereidheid om te ondergaan wat onrecht is. Het vers wijst vooruit naar de voltooide verzoening: door lijden wordt het pad naar redding geopend, niet door eigenmachtige macht maar door volbrachte gehoorzaamheid.
Historisch‑theologisch relevante notities: De verhoudingen tussen zwijgen en spreken in dit passageverhaal echoes in Mattheüs 26–27 en Johannes 18–19, waar de Messias geloofwaardigheid verknoopt door Zijn zwijgen en Zijn getuigenis door daden van liefde.
Korte citaten uit klassieke commentatoren
Adam Clarke: “In het hoofd van de zonde en verharding der mensen wordt Zijn identiteit niet uitgeroepen door elk oordeel, maar bevestigt door Zijn lijden en geduld.”
Albert Barnes: “Het zwijgen van Christus onder het aanhoudende oordeel toont Zijn volmaakte gehoorzaamheid, die verdergaat dan menselijke logica.”
Matthew Henry: “Zij slaan Hem en spotten Hem, maar door dit lijden wordt het middel tot verlossing.”
Cross-referenties
- Jesaja 53:7: De dienstknecht die zwijgt onder het leed en Zijn verzoenende taak volbrengt.
- Psalm 22:テル: De ervaring van verlatenheid en de hoop op verlossing in het lijden.
- Marcus 14:65: Een parallelle weergave van de mishandeling en de spot die Jezus ondergaat.