Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 22:1 Lukas 22:2 Lukas 22:3 Lukas 22:4 Lukas 22:5 Lukas 22:6 Lukas 22:7 Lukas 22:8 Lukas 22:9 Lukas 22:10 Lukas 22:11 Lukas 22:12 Lukas 22:13 Lukas 22:14 Lukas 22:15 Lukas 22:16 Lukas 22:17 Lukas 22:18 Lukas 22:19 Lukas 22:20 Lukas 22:21 Lukas 22:22 Lukas 22:23 Lukas 22:24 Lukas 22:25 Lukas 22:26 Lukas 22:27 Lukas 22:28 Lukas 22:29 Lukas 22:30 Lukas 22:31 Lukas 22:32 Lukas 22:33 Lukas 22:34 Lukas 22:35 Lukas 22:36 Lukas 22:37 Lukas 22:38 Lukas 22:39 Lukas 22:40 Lukas 22:41 Lukas 22:42 Lukas 22:43 Lukas 22:44 Lukas 22:45 Lukas 22:46 Lukas 22:47 Lukas 22:48 Lukas 22:49 Lukas 22:50 Lukas 22:51 Lukas 22:52 Lukas 22:53 Lukas 22:54 Lukas 22:55 Lukas 22:56 Lukas 22:57 Lukas 22:58 Lukas 22:59 Lukas 22:60 Lukas 22:61 Lukas 22:62 Lukas 22:63 Lukas 22:64 Lukas 22:65 Lukas 22:66 Lukas 22:67 Lukas 22:68 Lukas 22:69 Lukas 22:70 Lukas 22:71



Wie zal het zijn? Een moment van verheldering in Lukas 22:23
Het vers Lukas 22:23 markeert een kort moment van verwarring en onderlinge vraag bij de leerlingen tijdens het laatste avondmaal, terwijl Jezus uitlegt wat er zal gebeuren. De scene laat zien hoe de discipelen nog steeds zoeken naar duidelijkheid en positie, terwijl de realiteit van verraad en plicht voor hen dichterbij komt. De vraag “wie van hen het toch mocht zijn” ontslachtig een menselijke onzekerheid die op dat crisismoment rijst, en die tegelijk ruimte biedt voor hoop: in plaats van roem of zelfverheerlijking, gaat het om dienstbaarheid en trouw aan Christus.
Literair-kader
Lukas brengt dit moment in een samenhangend verslag van de maaltijd en de leidraad van Jezus’ lijden. De discipelen reageren niet met één stem, maar met uiteenlopende verlangens en verwachtingen. De tekst laat zien hoe nabij het kwaad is en hoe dichtbij het verlangen naar roem kan staan aan de roeping tot gehoorzaamheid. Het inzetpunt is niet wie de grootste is, maar wie bereid is zich te laten dienen en te dienen zoals Christus dat doet.
Theologische betekenis
Het vers wijst op de paradox van discipelschap: in de wereld heerst competitie, maar in het koninkrijk van God geldt het kruis als de weg naar dienstbaarheid. De vraag onderstreept dat de keten van verraad en verheldering in Pasen zijn oorsprong vindt: de Heer is bewust van wat voor elk van hen ligt, en toch roept Hij tot trouw. Voor de lezers van vandaag is dit een herinnering dat roemloos dienen in navolging van Christus geen mislukt lot hoeft te zijn, maar de weg naar ware nabijheid met God.
Verbindingen met andere Schriftplaatsen
Toelichting bij de verbinding: deze passages onderstrepen dat ware discipelschap niet steunt op menselijke status, maar op houding van dienstbetoon en toewijding aan de wil van God, zelfs wanneer het moeilijk of onbevredigend lijkt.
Reflectievragen
Korte conclusie
In Lukas 22:23 zien we een moment van menselijke onduidelijkheid te midden van een cruciaal theologisch woord: Christus’ roeping tot dienst. De vraag wie het zal doen, roept niet enkel nieuwsgierigheid op, maar dient als uitnodiging tot nederige toewijding aan de orde van het Koninkrijk. De ware betekenis ligt niet in wie eer krijgt, maar in wie bereid is te dienen zoals de Meester dient.
Samenvattende cross-referenties
Referenties helpen de lezer de boodschap te verankeren: zien hoe kring van verraad en dienstbaarheid elkaar kruisen in de evangeliën, en hoe Paulus later het idee van dienstbaarheid uitwerkt in het lichaam van Christus. Deze schakels verduidelijken dat discipelschap niet draait om status, maar om trouw en liefde in gehoorzaamheid aan God.
Opmerkingen van oudere commentators (selectief) bieden historische nuance zonder de kerntekst te vervangen:
Matthew Henry benadrukt dat de heerlijke gezindheid van de leerlingen vaak aan het verslappen is wanneer het om roem gaat; Clarke wijst op menselijke zwakte en Gods geduld met de discipelen; Barnes legt de nadruk op de lessen van nederigheid en oprechtheid in de gemeenschap van de gelovigen. [Exacte korte citaten uit deze werken zijn niet opgenomen in dit overzicht om eigentijdse interpretatie niet te verstoren.]