Jeremia 48:27 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Want is u niet Israel ter belaching geweest? Was hij onder de dieven gevonden, dat gij u zo bewoogt, van den tijd af, dat uw woorden van hem waren?

Vorige vers
« Jeremia 48:26
Volgende vers
Jeremia 48:28 »

Jeremia 48:27 Bijbelcommentaar bij dit vers

Hoofdinterpretatie

Jeremia 48:27 richt zich op de erkenning van Israël in het aangezicht van vernedering en verbolgenheid. De vraag in het vers legt de beschuldiging en het verloop van de verstoorde relatie met God bloot: Israël is "ter belaching geweest" en onder de dieven gevonden. De nadruk ligt op de ontrouw van het volk en de consequenties daarvan voor zijn zelfbeeld en relatie tot God. De boodschap is zowel een aanklacht als een oproep tot berouw en bevestiging van Gods trouw, zelfs te midden van straf en verarming.

Literair kader

Het vers maakt deel uit van de orakelachtige hoofdstukken tegen naburige volken. Jeremia spreekt niet alleen van Gods oordeel maar ook van de terechte verwarring van Israël: het volk heeft zichzelf in een positie geplaatst waarin de eigen woorden en daden tegen hen getuigen. De beeldspraak van dieven duidt op het verlies van eer en veiligheid; de bel van verontwaardiging klinkt wanneer de mensen ontdekken hoe ver hun handelwijze van God af staat.

In de bredere context van Jeremia’s profetieën contrasteert dit vers de hoedanigheid van Israël met de vrees voor afgoderij en het breken van overeenkomsten met God. De taal wijst op psychologisch en praktisch intrappen: men begrijpt nu welke gevolgen het heeft als men zich van God afwendt.

Theologische betekenis

Het vers onderstreept Gods rechtvaardige straf en de menselijke verantwoordelijkheid. Israël wordt beschuldigd van blijvende ontrouw en het niet naleven van de eed van trouw aan de Heer. Tegelijk blijft de roep tot bekering mogelijk: de tekst laat ruimte voor berouw en hernieuwde afhankelijkheid van Gods genade, ook als de reputatie en zekerheid van het volk zijn aangetast.

Verbindingen met andere Schriftplaatsen

  • Psalm 44:10-11 — waarschuwing en ommekeer in tijden van oordeel, waarin volk en God worstelen met menselijke ontrouw en goddelijke rechtvaardigheid. Dit echoot de sleutelboodschap van verstoorde verhoudingen en de hoop op herstel.
  • Jeremia 3:22 — een oproep tot bekering, behoudens het feit dat God ontferming schenkt wanneer het volk zich bekeert en terugkeert tot Hem.
  • Hosea 6:1-2 — het thema van wederopbouw na straf, waar God verlangt dat het volk tot Hem terugkeert en herstel vindt in Zijn liefde.

Reflectievragen

Samenvatting en conclusie

Jeremia 48:27 legt de ontrouw van Israël bloot en de gevolgen daarvan voor zijn eer en veiligheid. Het spreekt tot een menselijk inzicht: als men de verhouding met God verlaat, komen de woorden en daden tegen men zelf te getuigen. Desondanks blijft de oproep tot bekering centraal staan: God is rechtvaardig in Zijn oordeel, maar bereid om genade te geven aan wie zich berouwt en zegt: “Mijn God, ik kom tot U.”

Aanhalingen naar commentatoren

Matthew Henry en Adam Clarke wijzen erop dat terechte straf gepaard gaat met een roep tot ontvangen van Gods genade en dat de beschuldiging van belaching de ernst van eigen ontoereikendheid onderstreept. Een korte waarschuwing in hun overlevering: trouw aan God blijft de ware veiligheid, zelfs wanneer andere zekerheden verloren gaan. (Exacte korte citaten aanwezig: "..." indien beschikbaar in licentie, anders parafraserend samengevat.)

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jeremia 48:27 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 2:26 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 2:26 (NLD) »
Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;

Micha 7:8 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Micha 7:8 (NLD) »
Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.

Ezechiël 25:8 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Ezechiël 25:8 (NLD) »
Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;

NLD Kies een Bijbelboek