Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 20:6 Uitleg van het Bijbelvers
Job 20:6 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Wanneer zijn hoogheid tot den hemel toe opklomme, en zijn hoofd tot aan de wolken raakte;
Job 20:6 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 20:6 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jesaja 14:13 (NLD) »
En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.

Obadja 1:3 (NLD) »
De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?

Genesis 11:4 (NLD) »
En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
Job 20:6 — Betekenis en context
De betekenis van deze vers uit Job laat zien hoe de menselijke hoogmoed en trots soms tot grote verdiende ondergang leiden. Het vers beschrijft een moment van trots die zo ver gaat dat iemand denkt dat hij hoger is dan de hemel, maar dit blijft bij een menselijke illusie: uiteindelijk valt trots ten prooi aan de grenzen van God’s schepping en rechtvaardigheid.
Contextueel kader
Job 20 vormt een deel van het langere polemische discours waarin Bildad de zaak van rechtvaardigheid uitlegt: wie zondigt, zal tijdelijke welvaart verliezen, terwijl de mens die trots is zich uiteindelijk ontmaskert. Het hier herhaalde beeld van opstijgen tot de hemel weerspiegelt een menselijke poging om zichzelf te verheffen boven God en boven regels van recht en mondigheid. De tekst wijst daarmee op de vergankelijke aard van menselijke hoogmoed en de onbetwistbare orde van Gods heerschappij.
Interpretatieve observaties
Kernpunten in een korte lijst
Verwante passages en korte uitleg
Psalm 75:6-7 — Hooger gezag ligt niet in hoogten maar in de hand van God, die gelijkmaker en beoordelaar is. Dit onderstreept dat trots ons vergissen kan, terwijl God recht doet.
Prediker 8:16-17 — De mensheid kan de diepte van God niet doorgronden; hoogten en bewondering vullen soms de zinnen, maar uiteindelijk blijft de wijsheid van God ondoorgrondelijk voor mensen. Het herinnert aan de grenzen van menselijke inzichten en ambities.
Jakobus 4:6 — “God geeft gretig genade aan de nederigen, maar vermeerdert de trotsige astend.” Een duidelijke Bijbelse tegenhanger van trots en de genade die juist in nederigheid werkt.
Eenvoudige toepassing
De boodschap van Job 20:6 roept op tot bescheidenheid en vertrouwen in Gods rechtvaardige orde. Zegent trots leidt tot ontzag voor God en erkent dat ware glorie juist ligt in dienst aan Hem en in nederige gehoorzaamheid aan zijn orde.
Uit de polemiek van Job en Bildad vloeit geen pleidooi tegen menselijke ambitie, maar een waarschuwing tegen de fatalistische verbeelding dat men boven God uit kan stijgen. Wees gevoelig voor waarachtig onderscheid tussen kunnen en recht hebben voor God.