Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 20:13 Uitleg van het Bijbelvers
Job 20:13 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Hij dat spaart, en hetzelve niet verlaat, maar dat in het midden van zijn gehemelte inhoudt;
Job 20:13 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 20:13 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Numberi 11:18 (NLD) »
En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.

Mattheüs 5:29 (NLD) »
Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.

Markus 9:43 (NLD) »
En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
Job 20:13 — Waarom dit verseel van verontwaardiging ons raakt
Job 20:13 luidt: “Hij dat spaart, en hetzelve niet verlaat, maar dat in het midden van zijn gehemelte inhoudt.” Deze versregel zit in de lofzuster van Zijn onrecht en de lists van het kwaad die de dwaasheid van de rijken betracht. Het wijst erop dat iemand die zijn rijkdom en welvaart koestert, soms welvaart behoudt terwijl hij de rechtvaardige zucht naar gerechtigheid onderdrukt. De mens die zijn tocht voortzet zonder rekening te houden met goddelijke orde, houdt weliswaar het vergankelijke in zijn gehemelte, maar op lange termijn verstoort hij Gods geëigende recht en belaster hij de zwakken die onderdrukt worden.
Oorspronkelijke context
In het boek Job wordt de vraag naar het recht en de orde van God door verschillende stemmen onderzocht. De spreker in Job 20 is een van de zogenaamde “dwazen” of dwaze sprekers die de lotgevallen van Job zien door een prisma van straf en verdienste: wie veel heeft, leeft lang en voorspoedig, en wie zondaagt, ondergaat de gevolgen. In dit vers beschrijven de spreker en de wereldlijke conventies hoe welvaart en kracht tijdelijk kunnen lijken te overwinnen, maar de psalmist van het kwaad toont dat de ziel van de mens niet eeuwig meegaat met zulke verspilling en dat God uiteindelijk regeert over het lot van allen.
De hoofdgedachte
Het centrale motief is de spanning tussen uiterlijke welvaart en innerlijke gerechtigheid. “Spaart, en hetzelve niet verlaat” geeft aan dat iemand zijn rijkdom, veroverde veiligheid of reputatie koestert en bewaart alsof dat de ultieme zekerheid is. “In het midden van zijn gehemelte inhoudt” beeldt uit wat hij bewaart: hij laat het verbaal en impulsief spreken van zijn hoogmoed en bedrog niet los, maar houdt het in zijn mond en organiseert zo een spiegel van zichzelf. Het woordspel wijst op een diepe zucht naar controle en behoud ten koste van anderen, wat in strijd is met de blijvende orde die God stelt.
Thema’s die ondersteunen
Cross-referenties
Hieronder enkele korte verbindingen met korte uitleg:
Toelichting bij deze verwijzingen: ze benadrukken dat rijkdom buiten het staat van gerechtigheid geen garantie biedt tegen het oordeel, en dat Gods orde uiteindelijk blijft staan. De nadruk ligt op nederigheid, zorg voor de armen en het ware streven naar rechtvaardigheid.
Devotioneel meeleven
Laat dit vers ons waarschuwen niet te trachten de schaduwen van rijkdom en macht te bewaren ten koste van het eenvoudige recht. God ziet wat er in ons hart plaatsvindt: of we spreken zacht voor de armen en luisteren naar de stemmen van onrecht. Laat ons bidden om innerlijke rijkdom die standhoudt: eerlijkheid, zachtmoedigheid en liefde die geen onderdrukking vereist, maar gerechtigheid en barmhartigheid bevordert.
Korte conclusie
Job 20:13 herinnert ons eraan dat uiterlijke welvaart geen waarborg is voor innerlijke goedertierenheid en dat God de regels van gerechtigheid handhaaft. De dwaze spreker denkt het bezit te kunnen bewaren doordat hij het midden van zijn gehemelte inhoudt; de Schrift leert echter dat ware zekerheid vindt in trouw aan God en in het beschermen van de rechtvaardigen, niet in het koesteren van verontachtzaming en zelfrijkdom.
Bronvermelding (indirecte context): In gebalanceerde commentaren wordt gewezen op de onzuivere logica van de dwaze spreker en de juistheid van Gods heerschappij, zoals in Jacobus en Psalmen aangetoond, en hoe nederigheid uiting geeft aan ware gerechtigheid.