Jeremia 51:62 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En gij zult zeggen: O HEERE, Gij hebt over deze plaats gesproken, dat Gij ze zult uitroeien, zodat er geen inwoner in zij, van den mens tot op het beest, maar dat zij worden zal tot eeuwige woestheden.

Vorige vers
« Jeremia 51:61
Volgende vers
Jeremia 51:63 »

Jeremia 51:62 Bijbelcommentaar bij dit vers

Jeremia 51:62 (NLD) – Context en betekenis

In Jeremia 51 wordt Jeremia door God aangeraakt om Ur te waarschuwen over de komst van de ondergang van Babylon. Het vers 62 dient als een concrete verheugenis van wat de profeet heeft aangekondigd: uiteindelijk zal Babylon helemaal uitgeroeid worden en zullen er geen mensen of dieren meer in haar wonen. De ongunstige uitspraken over de stad zijn geen willekeurige oordelen maar een goddelijke rechtvaardiging naar aanleiding van haar hoogmoed, onrecht en verzet tegen God en Zijn volk. Het beeld van een woeste leegte onderstreept de totale definitieve straf en de daarin besloten hoop op gerechtigheid.

Centrale betekenis

Het vers toont de zekerheid van Gods oordeel: woorden die eerst door de profeet gezonden waren, worden nu openbaar en definitief. De uitspraak “dat Gij ze zult uitroeien” geeft aan dat de val van Babylon geen vergissing of tijdelijk onvermogen is, maar een volkomen vernietiging als effect van Gods aangesproken gerechtigheid. De volgende woorden, “tot eeuwige woestheden,” benadrukken dat de bestemming van de stad permanent en blijvend is, een afschrikwekkend voorbeeld voor toekomstige hoogmoedige machten.

Belangrijke thema's

  • Gods gerechtigheid en oordeel: Babylon wordt gericht vanwege haar uitbuiting en verzet tegen God en Zijn volk. Het oordeel is gerechtigd en definitief.
  • Volledige verwoesting en verlatenheid: De uitroeiing symboliseert een volledige breuk met het verleden, een plek zonder wandelaars en zonder dieren—een teken van totale verwoesting.
  • Volgorde van voorspelling en vervulling: Jeremia spreekt eerst door Gods woord en ziet nu de vervulling in zicht, wat de betrouwbaarheid van Gods woord bevestigt.

Verwante passages

- Openbaring 18:8-10: De uiteindelijk val van een militaire en handelsrijk dat als Babylon wordt voorgesteld, met een vergelijkbaar beeld van plotselinge plotselinge verdoemenis. Deze parallel onderstreept dat menselijke hoogmoed en rijkdom geen bescherming bieden tegen Gods oordeel.

- Jesaja 13:19-22: Een profetische beschrijving van de verwoesting van een grote stad als teken van Goddelijke gerechtigheid, en een waarschuwing tegen trots en heidentrots.

- Jesaja 46:10-11: God bepaalt de toekomst en roept tot voltooing wat Hij begonnen is; de vervulling van Jeremia’s woord bevestigt Zijn vaste raad.

Praktische toepassing

De passage daagt gelovigen uit om te zien dat Gods oordeel niet laks of willekeurig is, maar gerechtig en definitief. Het herinnert ons aan de noodzaak van nederig vertrouwen op God en berouw over onrecht. Het roept op tot waakzaamheid tegen hoogmoed, en tot hoop dat gerechtigheid uiteindelijk zal zegevieren door Gods soevereine plan.

Korte samenvatting

Jeremia 51:62 bevestigt de onwrikbare profetie dat Babylon volledig zal verdwijnen en achterlatten een eeuwige woestijn, als een daad van Gods rechtvaardig oordeel en Zijn trouw aan Zijn volk.

Kerncitaten uit oude commentaren (opsomming)

Hoewel de vertaling en toon verschillen, staan hedendaagse bijbelcommentatoren vaak stil bij Gods grote gerechtigheid en de definitieve aard van het oordeel. Het werk van Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke onderstreept telkens dat geen macht, rijkdom of erfdeel uiteindelijk standhoudt tegen Gods plan. In korte bewoordingen wordt doorgaans bevestigd: het oordeel van God is zeker, en Zijn volk kan troost putten in Zijn rechtvaardigheid.

Verbindingsverwijzingen

Cross-referenties: Openbaring 18 (val van een groot rijk), Jesaja 13 (verwoesting van een trotse stad), Jeremia 51:11 (Gods oordeel als perfecte rechtvaardigheid). Verduidelijking: Openbaring 18 stelt het principe van goddelijke catastrofe uit zichtbare macht en rijkdom tegenover Gods heiligheid; Jesaja 13 toont een vergelijkbaar patroon van oordeel; Jeremia 51:11 illustreert de definitieve aard van dat oordeel in een profetische context.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jeremia 51:62 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 50:13 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 50:13 (NLD) »
Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.

Jeremia 50:3 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 50:3 (NLD) »
Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!

Jesaja 14:22 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jesaja 14:22 (NLD) »
Want Ik zal tegen hen opstaan, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal van Babel uitroeien den naam en het overblijfsel, en den zoon en den zoonszoon, spreekt de HEERE.

NLD Kies een Bijbelboek