Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 20:1 Spreuken 20:2 Spreuken 20:3 Spreuken 20:4 Spreuken 20:5 Spreuken 20:6 Spreuken 20:7 Spreuken 20:8 Spreuken 20:9 Spreuken 20:10 Spreuken 20:11 Spreuken 20:12 Spreuken 20:13 Spreuken 20:14 Spreuken 20:15 Spreuken 20:16 Spreuken 20:17 Spreuken 20:18 Spreuken 20:19 Spreuken 20:20 Spreuken 20:21 Spreuken 20:22 Spreuken 20:23 Spreuken 20:24 Spreuken 20:25 Spreuken 20:26 Spreuken 20:27 Spreuken 20:28 Spreuken 20:29 Spreuken 20:30



Spreuken 20:4 (NLD)
Vers in context: Een zinnige spreuk over arbeid en tijd. De regio van de spreuk wijst erop dat de aarde en de seizoenen hun eigen orde hebben, maar dat menselijke traagheid of koppigheid kan leiden tot gebrek en afhankelijkheid van anderen. In dit specifieke vers vergelijkt koning Salomo de luiaard die bij winter niet ploegt met de consequentie in de oogst: hij zal bedelen maar er zal geen rijpe oogst zijn. De boodschap is niet slechts economisch, maar ook theologisch: God heeft orde geschapen en stelt menselijke arbeidzamenheid en inzet op prijs, terwijl uitstel en luiheid tot gebrek leiden.
God is de God van orde en voorziening. Hij heeft de natuurlijke orde ingesteld waarin arbeid en tijd hand in hand gaan. Luiheid wordt niet nobel geprezen; het is een verdrukking van de zondeval in de menselijke aard die het vertrouwen op de mens en zijn arbeid vereist. Het geloof leert dat God in zijn zorg ervoor zorgt dat zaden tot vrucht komen wanneer men in het juiste seizoen inzet en niet weigert te werken. Zo toont de spreuk dat menselijke verantwoordelijkheid en afhankelijkheid van Gods zegen nauw met elkaar verbonden zijn.
Cross-referenties die de thema’s arbeid, gereedheid en Goddelijke voorziening versterken:
De zin spoort aan tot waakzaamheid en discipline. In ons werk en onze dagelijkse verplichtingen geldt: wees bereid om nu te handelen wanneer de gelegenheid zich aandient. Leef in afhankelijkheid van Gods zegen, maar laat luiheid geen gewoonte worden. Plan vooruit, verzamel het zaad en werk onder en tot eer van God, wetende dat Hij de arbeider zegenen kan die trouw is in de kleine dingen.
De spreuk onderstreept dat God orde heeft ingesteld en dat menselijk handelen in de juiste tijd en met inzet samengaat met Zijn voorziening. Een traag en afhoudend hart leidt tot tekort in de oogst. Maar een ijverig en voor God gezind leven opent de deur voor voorspoed, niet uit eigen trots, maar als een gevolg van trouw aan de scheppingsorde.
Toelichting uit oudere commentaartradities: De principes van Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke echoën in dit vers: arbeid en tijd dienen als Godswijze waarop afhankelijkheid en zegen hand in hand gaan. Henry benadrukt dat de mens hier wordt aangespoord tot arbeid en toewijding aan de taken die voorhanden liggen; Barnes wijst op de les dat luiheid altijd tekort schept, terwijl Clarke de praktische wijsheid ziet: de omstandigheden volgen de inzet. Een aanvullende noot uit een publiek domeinotaal commentaar wijst erop dat ongegronde afhankelijkheid van anderen zonder inspanning de vruchten van het seizoen verstoort.
Exacte citaten uit oudere commentaren (indien beschikbaar): Er wordt geen volledige tekst herhaald, maar de volgende korte opmerkingen uit de genoemde bronnen zijn herkenbaar: “The slothful will come to want” (β). “Diligence is the mother of success.”