Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 19:1 Mattheüs 19:2 Mattheüs 19:3 Mattheüs 19:4 Mattheüs 19:5 Mattheüs 19:6 Mattheüs 19:7 Mattheüs 19:8 Mattheüs 19:9 Mattheüs 19:10 Mattheüs 19:11 Mattheüs 19:12 Mattheüs 19:13 Mattheüs 19:14 Mattheüs 19:15 Mattheüs 19:16 Mattheüs 19:17 Mattheüs 19:18 Mattheüs 19:19 Mattheüs 19:20 Mattheüs 19:21 Mattheüs 19:22 Mattheüs 19:23 Mattheüs 19:24 Mattheüs 19:25 Mattheüs 19:26 Mattheüs 19:27 Mattheüs 19:28 Mattheüs 19:29 Mattheüs 19:30



Mattheüs 19:25 – Een verslagen vraag van de discipelen
Het vers in context
In Mattheüs 19 behandelt Jezus onder meer het onderwerp van scheiding, armen en rijkdom, en ten slotte de volharding in het geloof. Na het gesprek met de rijke jonge man over het bewaren van de wet, volgt de constatatie dat velen zich door menselijke vermogens en prestaties laten leiden. Als de leerlingen dit horen, uiten zij een diepe verontrusting: “Wie kan dan zalig worden?” Deze vraag wijst op de menselijk onvermogen om deugtzaam te voldoen aan Gods eis zonder redelijke afhankelijkheid van Zijn genade.
Hoofdspoor van de les
Het centrale inzicht is dat redding Gods werk is, niet iets wat de mens zich eigen kan maken door morgenlijk gedrag of weldoordacht correct handelen. Jezus antwoordt door de noodzaak van Goddelijke genade te benadrukken: voor mensen is het onmogelijk, maar niet voor God; want God kan alles mogelijk maken. Dit leert ons dat redding primair een kwestie van Gods genade is, geopenbaard in Christus, en niet een verworven prestatie door menselijke kracht.
Vergelijkingen uit de Schrift
Deze verwijzingen onderstrepen dat de vraag “Wie kan dan zalig worden?” geen pessimistisch eindpunt is, maar een uitnodiging tot een diepe afhankelijkheid van Gods werk in Christus.
Toepassing voor vandaag
1) Durf te erkennen dat menselijke rijkdom, status of moraliteit geen garantie biedt voor zaligheid. 2) Zoek zekerheid in de genade van God die door het geloof in Christus gegeven wordt. 3) Laat de les van de discipelen leiden tot een nederige houding: beroepen op Gods voornemen en kracht in alle beslissingen. 4) Bid om een hernieuwde afhankelijkheid van Gods heilige Geest, zodat het geloof in Christus centraal blijft in het dagelijkse leven.
Kernpunten in één oogopslag
Samenvatting
Mattheüs 19:25 toont een opvallende bekentenis van de leerlingen: zij realiseren zich dat zaligheid niet door menselijke kracht kan worden bereikt. Jezus antwoordt door de noodzaak van Goddelijke genade te benadrukken en illustreert dat wat voor mensen onmogelijk schijnt, mogelijk is bij God. De les blijft vandaag actueel: redding komt niet door eigen arbeid, maar door geloof in Christus en de werkzaamheid van God in ons leven.
Verwante, korte notities uit oudere commentaren: De werken van Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke benadrukken allen dat zaligheid primair Godsgeschenk blijft en dat de mens alleen kan reageren in geloof en gehoorzaamheid. Henry benadrukt de onmogelijkheid van de mens om zichzelf te redden, Barnes wijst op de noodzaak van genade, en Clarke onderstreept de wonderlijke ommezwaai van menselijke hoop naar goddelijke werkzaamheid. Exacte uitspraken: “Who then can be saved?” is in soortgelijke vorm besproken door de commentatoren als weerspiegeling van menselijke zwakte en Gods soevereine genade.
Cross-referenties: Rom. 3:20-22; Hand. 16:31; Fil. 1:29. Uitleggen waarom deze passages samen een consistent patroon vormen: redding is Gods werk door geloof, niet menselijke prestatie.