Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 13:1 Mattheüs 13:2 Mattheüs 13:3 Mattheüs 13:4 Mattheüs 13:5 Mattheüs 13:6 Mattheüs 13:7 Mattheüs 13:8 Mattheüs 13:9 Mattheüs 13:10 Mattheüs 13:11 Mattheüs 13:12 Mattheüs 13:13 Mattheüs 13:14 Mattheüs 13:15 Mattheüs 13:16 Mattheüs 13:17 Mattheüs 13:18 Mattheüs 13:19 Mattheüs 13:20 Mattheüs 13:21 Mattheüs 13:22 Mattheüs 13:23 Mattheüs 13:24 Mattheüs 13:25 Mattheüs 13:26 Mattheüs 13:27 Mattheüs 13:28 Mattheüs 13:29 Mattheüs 13:30 Mattheüs 13:31 Mattheüs 13:32 Mattheüs 13:33 Mattheüs 13:34 Mattheüs 13:35 Mattheüs 13:36 Mattheüs 13:37 Mattheüs 13:38 Mattheüs 13:39 Mattheüs 13:40 Mattheüs 13:41 Mattheüs 13:42 Mattheüs 13:43 Mattheüs 13:44 Mattheüs 13:45 Mattheüs 13:46 Mattheüs 13:47 Mattheüs 13:48 Mattheüs 13:49 Mattheüs 13:50 Mattheüs 13:51 Mattheüs 13:52 Mattheüs 13:53 Mattheüs 13:54 Mattheüs 13:55 Mattheüs 13:56 Mattheüs 13:57 Mattheüs 13:58



Mattheüs 13:27 (NLD)
In dit vers gaat de dienstknechten van de heer des huizes spreken nadat het onkruid tussen het zaad was gegroeid. Ze vragen bezorgd of er niet goed zaad is gezaaid en hoe het onkruid nu kon ontstaan. Het is een moment waarin de menselijk begrip botst met het goddelijke plan, en Jezus bereidt zijn leerlingen voor op de toelichting die volgt over de gelijkenis van het onkruid en het koren. De vraag illustreert menselijke nieuwsgierigheid naar oorzaak en kwaad, terwijl de boodschap later draait om geduld, oordeel en de uiteindelijke scheiding van het goede en het kwade.
De centrale betekenis
Deze vraag van de dienstknechten toont aan dat het koninkrijk (het veld) beide gewassen bevat: volkeren van God (koren) en tegenstanders of verdorvenheden (onkruid). Het onkruid groeit mee met het zaad, wat wijst op een spanningsverhouding tussen goddelijke bestemming en menselijke zonde. Jezus laat zien dat het niet aan de discipelen is om het onkruid te verwijderen, maar om te wachten op het uiteindelijke oordeel, wanneer de scheiding definitief zal zijn.
Drie hoofdthema's
Cross-referenties (verklarende verwantschappen)
- Lucas 8:11-15: De uitleg van de gelijkenis over het zaad en de bodem leert hetzelfde principe van ontvangst en vruchtbaarheid onder Gods oog; de hoorder bepaalt mede of het woord wortel schiet of vervaagt.
- Romeinen 9:22-23: Gods geduld en oordeel als toon van Zijn wijsheid; de menselijke logica wordt uitgedaagd door Gods lange lijden en plan.
- 2 Thessalonicenzen 2:9-10: Het optreden van het kwaad en de uiteindelijke rechtvaardiging van Gods oordeel aan het eind van de tijd.
Praktische overweging
Voor de gelovige today is dit een oproep tot geduld en betrouwbare verwachting. We moeten niet te snel oordelen over zichtbare zondigheid, maar blijven vertrouwen op Gods soevereine plan. Het vraagt zedelijke waakzaamheid: leef als koren dat vruchten draagt in wederzijdse liefde en gehoorzaamheid, terwijl men zich bewust is van de aanwezigheid van onkruid in de maatschappij.
Verhelderende interpretatie uit klassieke commentaren
Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke benadrukken elk dat de disciplinaire taak niet aan mensen is toevertrouwd om het onkruid te verwijderen; God alleen zal op Zijn tijd scheiden. Zij wijzen op de les van geduld en vertrouwen in de wijsheid van de Heere.
Directe citaten uit deze commentaren (verkorte aanduiding):
Henry wijst erop dat het veld weliswaar vol onkruid is, maar ook het beoogde koren biedt; de dienstknechten moeten wachten op de beslissende scheiding. Barnes onderstreept het thema van de tijd van Gods voorzienigheid en de uiteindelijke rechtschapenheid. Clarke benadrukt dat de schijnbare incongruentie tussen het zaad en het onkruid Gods wijze bestuur toont en dat het onderscheid pas aan het eind duidelijk zal zijn.
Kort sluitende samenvatting
Mattheüs 13:27 laat zien dat het koninkrijk veelbelichaming is van God die groeit temidden van onkruid. De vraag van de dienstknechten zet aan tot trust in Gods timing: geduldige verwachting, onderscheid tussen goede en kwade wegen, en uiteindelijk rechtvaardiging door Gods heilige oordeel. De gelijkenis leert ons dat we niet oordelen naar wat zichtbaar is, maar volharden in geloof en standvastig blijven in dienst aan de Heer.