Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 2:1 Lukas 2:2 Lukas 2:3 Lukas 2:4 Lukas 2:5 Lukas 2:6 Lukas 2:7 Lukas 2:8 Lukas 2:9 Lukas 2:10 Lukas 2:11 Lukas 2:12 Lukas 2:13 Lukas 2:14 Lukas 2:15 Lukas 2:16 Lukas 2:17 Lukas 2:18 Lukas 2:19 Lukas 2:20 Lukas 2:21 Lukas 2:22 Lukas 2:23 Lukas 2:24 Lukas 2:25 Lukas 2:26 Lukas 2:27 Lukas 2:28 Lukas 2:29 Lukas 2:30 Lukas 2:31 Lukas 2:32 Lukas 2:33 Lukas 2:34 Lukas 2:35 Lukas 2:36 Lukas 2:37 Lukas 2:38 Lukas 2:39 Lukas 2:40 Lukas 2:41 Lukas 2:42 Lukas 2:43 Lukas 2:44 Lukas 2:45 Lukas 2:46 Lukas 2:47 Lukas 2:48 Lukas 2:49 Lukas 2:50 Lukas 2:51 Lukas 2:52



Lukas 2:21 – Besnijdenis en de Naamgeving
In dit vers gaat Lukas terug naar de eerste dagen van Jezus’ menselijke leven. Nader na Zijn geboorte moest het Kind op acht dagen besneden worden, zoals de Joodse wet voorschreef (Genesis 17:12; Leviticus 12:3). Gelijktijdig werd Zijn Naam Jezus vastgesteld, zoals de engel eerder had meegedeeld. De besnijdenis markeert Jezus’ volledige integratie in het volk van Israël en Zijn beëdiging tot het volksschaap dat in het Oude Verbond al werd beloofd. De naam Jezus betekent “Jehova/redt” of “Heren redt”, en bevestigt dat de zaligheid in Christus uit Israël komt en in Hem openbaart werd belichaamd.
Kernbetekenis
Het vers verbindt twee ogenblikken: de rituele besnijdenis en de bevestiging van Zijn Naam. De engel had reeds aangekondigd dat Zijn Naam Jezus zou zijn; hier wordt die belofte concreet. De Naam drukt uit Zijn missie: God redt Zijn volk van inden zonde. De achtste dag, volgens de wet van Abraham, wijst op het menselijke natuurverleden van Christus en Zijn volmaakte aanvaarding van de Wet.
Drie thema’s
Kruisende passages (korte koppeling)
Bekijk: Mattheüs 1:21 – de engel kondigt aan dat Zijn naam “Jezus” zal zijn, omdat Hij Zijn volk van hun zonden zal redden. Filippenzen 2:8-11 – Christus onderwierp Zich, aannam een menselijke gestalte, zodat God Hem lanceert tot overal heer. Handelingen 4:12 – de Naam in Wie redding en genezing ligt.
Praktische reflectie
Zoek naar de boodschap van gehoorzaamheid aan Gods orde en aanvaarding van Zijn roep. De besnijdenis laat zien dat Jezus werkelijk mens is en volkomen in lijn met Gods plan. Voor ons betekent dit dat redding niet een abstract idee is, maar een relatie die door geloof in Christus realiteit wordt. Laat de Naam Jezus onze eerste en dagelijkse redding zijn.
Slotverklaring
In acht dagen bevestigt Lukas de menselijke toewijding van Jezus en Zijn door God ingestelde Naam. Deze korte gebeurtenis opent het pad naar Zijn komende werk van verlossing en bevestigt Zijn identiteit als de Gezalfde van God, waarin God Zijn volk redt.