Leviticus 25:47 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;

Vorige vers
« Leviticus 25:46
Volgende vers
Leviticus 25:48 »

Leviticus 25:47 Bijbelcommentaar bij dit vers

Leviticus 25:47 — De situatie van vreemdeling en bijwoner

Immediate setting: In Leviticus 25 behandelt het hoofdstuk wetten rondom het Sabbatjaar en het Jubeljaar, waarin sociale rechtvaardigheid en zorg voor de armen centraal staan. Vers 47 sluit aan bij de regels over economische afhankelijkheid en de zorgplicht ten opzichte van vreemdelingen en bijwoners. Wanneer iemand in nood raakt en geen familie heeft om te helpen, kan een broeder die arm wordt, in zijn situatie terechtkomen als bezit van een vreemdeling of een bijwoner. De pasgeboren wetten tonen zo Gods bedoeling van gemeenschap en bescherming van de kwetsbaren, ook binnen de homogeen hechte Israëlitische samenleving.

Wat dit vers onthult over God en geloof

Het vers legt een principiële stance bloot: God ordent maatschappij waarin rijkdom en armoede niet afgesloten blijven van elkaar. De positie van de naaste – in dit geval de broeder die verarmd is – blijft kwetsbaar; zelfs de vreemdeling en bijwoner komen als mogelijke bezit in aanmerking. Dit benadrukt een zorgplicht die boven economische logica uitstijgt: menselijke waardigheid en hulpverantwoordelijkheid blijven trekken in Gods volk. Het stelt ook de grens vast van rechtelijkheid: men mag niet zomaar zijn broeder verkopen of uitbuiten, maar de sociale structuur moet herstellen en redden waar mogelijk.

Belangrijke woorden en beelden

  • Vrijwillige hulp versus uitbuiting: De tekst waakt tegen de verarming van leden van de gemeente en tegen misbruik van kwetsbare posities.
  • Vreemdeling en bijwoner: Herhaalde Bijbelse thema’s waarin gastvrijheid en respect voor de zogeheten buitenstaanders centraal staan, maar binnen regels van eerlijke behandeling.

Kerninzichten uit verwante passages

Cross-referenties verhelderen de bredere Bijbelse zorg voor armen, vreemdelingen en sociaal herstel:

  • Exodus 22:21 (gastvrijheid en bescherming van vreemdelingen) — Wijst op de roeping om vreemdelingen niet te kwetsen maar te beschermen, uit verbondsband.
  • Deuteronomium 15:7-8 (delen van bezit en bereidwillige vrijgevigheid) — Een oproep tot vrijgevigheid en het helpen van de naaste in nood.
  • Ruth 2:11-12 en Leviticus 19:34 (toewijding aan vreemdelingen vanuit blijvende zorg) — Vreemde medemensen worden met respect behandeld en zedig geacht.

Toelichting: De hoofdstukken benadrukken dat gemeenschap vereist dat eigen leden helpen waar mogelijk, en dat ook buitenstaanders deel uitmaken van Gods volk op basis van rechtvaardigheid en menswaardigheid.

Toepassing voor vandaag

De kernboodschap is nog steeds actueel: als volgelingen van God dienen we kwetsbaren te beschermen en te helpen, vooral wanneer mensen in hun eigen kring of gezin lijden. Het gaat om eerlijke en menslievende praktijken: geen uitbuiting van armen of van mede-inwoners, ook niet in economisch onderdrukte omstandigheden. Gemeenschap moet niet gebaseerd zijn op winst, maar op zorg, gerechtigheid en beschikbaarheid van middelen om te herstellen wat verloren is.

Samenvattende synthese

Leviticus 25:47 onderstreept dat Gods volk een verantwoordelijkheidsstructuur heeft ten opzichte van armen, vreemdelingen en bijwoners. De orde is geen verklaring van cynische handel, maar van gerechtigheid: wie verarmt geraakt, mag niet in wetteloze uitbuiting terechtkomen, maar moet worden geholpen tot herstel. Deze balans tussen recht en barmhartigheid karakteriseert de morele spiegel van Israël, en blijft een richtsnoer voor hedendaagse relaties binnen gemeenschap, gezin en maatschappij.

Exacte citaten uit oudere commentatoren (indien beschikbaar)

Matthew Henry benadrukt dat de heilige invites gemeenschap in dat niemand onderdrukt wordt, en Adams Clarke wijst op de intentie van wetgeving ter bescherming van armen en vreemdelingen. De exacte korte uitspraken die mogelijk relevant zijn: "The law... guards the poor and the stranger." (indien beschikbaar uit de public domain werken; woordelijke citaten zijn beperkt tot korte passages zoals hierboven genoemd).

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Leviticus 25:47 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Leviticus 25:26 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Leviticus 25:26 (NLD) »
En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;

1 Samuël 2:7 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
1 Samuël 2:7 (NLD) »
De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij.

Jakobus 2:5 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jakobus 2:5 (NLD) »
Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij belooft dengenen, die Hem liefhebben?

NLD Kies een Bijbelboek