Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Leviticus 1 Leviticus 2 Leviticus 3 Leviticus 4 Leviticus 5 Leviticus 6 Leviticus 7 Leviticus 8 Leviticus 9 Leviticus 10 Leviticus 11 Leviticus 12 Leviticus 13 Leviticus 14 Leviticus 15 Leviticus 16 Leviticus 17 Leviticus 18 Leviticus 19 Leviticus 20 Leviticus 21 Leviticus 22 Leviticus 23 Leviticus 24 Leviticus 25 Leviticus 26 Leviticus 27Verse
Leviticus 18:1 Leviticus 18:2 Leviticus 18:3 Leviticus 18:4 Leviticus 18:5 Leviticus 18:6 Leviticus 18:7 Leviticus 18:8 Leviticus 18:9 Leviticus 18:10 Leviticus 18:11 Leviticus 18:12 Leviticus 18:13 Leviticus 18:14 Leviticus 18:15 Leviticus 18:16 Leviticus 18:17 Leviticus 18:18 Leviticus 18:19 Leviticus 18:20 Leviticus 18:21 Leviticus 18:22 Leviticus 18:23 Leviticus 18:24 Leviticus 18:25 Leviticus 18:26 Leviticus 18:27 Leviticus 18:28 Leviticus 18:29 Leviticus 18:30



Overzicht: Leviticus 18 behandelt grenzen in het menselijke handelen en de heiligheid van het volk dat in het land Israël woont. Vers 28 dient als een samenvattende waarschuwing: het land zal niet verder te ontheiligd worden terwijl het de zonden van zijn volk niet verdraagt. Het herinnert de lezers eraan dat God rechtvaardig handelt en dat het volk verantwoordelijkheid draagt voor de reinheid van het land en zichzelf, zodat het land de zegeningen van God kan behouden.
“Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.”
In deze verzen legt de tekst uit dat de goddelijke orde vereist dat het volk niet toelaat dat het land verschraald raakt door zonden en onreinheid. Zodra het volk keuzes maakt die de heiligheid van God schenden, kan het land reageren met een vruchteloze toestand. Dit verband tussen menselijke gehoorzaamheid en het lot van het land komt terug in oudere wetten: het land is beeld van de relatie tussen God en Zijn volk en functioneert als getuige van God’s rechtspraak wanneer zonden zich opstapelen.
De hoofdboodschap draait om heilig leven als ingang tot zegen. Onreinheid en ongehoorzaamheid leiden tot verontreiniging van het land, wat uiteindelijk goddelijke tussenkomst vereist en mogelijk tot uitsluiting van zonden tot een herstel van orde. Het volk wordt aangespoord verantwoordelijkheid te nemen voor de omgang met heiligheid in al haar aspecten: moreel, ritualistisch en sociaal.
Deze passages beklemtonen dat goddelijke zegen samenhangt met levenswandel en loyaliteit aan God, en dat publieke en landelijke decoroedering niet geïsoleerd gezien kan worden van persoonlijke gehoorzaamheid.
Leviticus 18:28 herinnert ons dat heiligheid en zegen hand in hand gaan. Het land reikt als getuige, maar de zegen rust uiteindelijk op een volk dat kiest voor gehoorzaamheid aan God en een rein leefpatroon dat de lof aan God geeft.
See de hierboven genoemde passages voor bredere verbinding tussen heiligheid, zegen en maatschappelijke orde en hoe deze thema’s door heel de Schrift heen terugkeren.
Toon en toepassing worden ondersteund door klassieke commentaren die de verbondenheid van persoonlijke zonde en maatschappelijke gevolgen benadrukken, zoals de manier waarop de antiquariërtemoedigingen in de oude wetten dit principe illustreren.