Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 35:6 Uitleg van het Bijbelvers
Job 35:6 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?
Job 35:6 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 35:6 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Spreuken 8:36 (NLD) »
Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen, die Mij haten, hebben den dood lief.

Jeremia 7:19 (NLD) »
Doen zij Mij verdriet aan? spreekt de HEERE. Doen zij het zichzelven niet aan, tot beschaming huns aangezichts?

Spreuken 9:12 (NLD) »
Indien gij wijs zijt, gij zijt wijs voor uzelven; en zijt gij een spotter, gij zult het alleen dragen.
Job 35:6 (NLD): Context en betekenis
In dit vers vraagt Job, in een dialoog over goddelijke gerechtigheid en menselijke zonde, hoe God reprocheert met zonden die men begaat en of overtredingen door menselijk handelen vermeerderd kunnen worden. Het doel is duidelijk: mensen worden aangeroepen tot een besef van verantwoordelijkheid en afhankelijkheid van de Schepper. Elifaz’ boodschap bovenaan het hoofdstuk sluit aan bij een bredere theologie waarin menselijke verdienste en rechtvaardiging terzake van zonde worden onderzocht. Job wordt uitgedaagd zijn houding te onderzoeken en niet te twijfelen aan het rechtmatige bestuur van God, zelfs wanneer het menselijk begrip ontbreekt.
Kernbetekenis
Het vers demonstreert een fundamentele vraag: als men zondigt, wat doet men tegenover God? En als de overtredingen blijven toenemen, wat verandert dat aan Gods heiligheid en standvastigheid? De boodschap is geen uittocht uit schuldgevoel, maar een oproep tot erkenning van God als Onafhankelijke Rechter en het besef dat menselijke zonde geen excuus biedt om God te beschuldigen of Zijn soevereiniteit te ondermijnen.
Drie hoofdthema’s
Relaties met andere passages
- Job 34–35: Elifaz’s leer over God’s recht en menselijk falen wordt hier geconfronteerd met de oproep tot zedig berouw en (mogelijk) louter vertrouwen. Een vergelijkbare nadruk op Gods gerechtigheid onderstreept de boodschap dat menselijke ervaringen niet het recht geven om God ter discussie te stellen.
- Psalm 51:4 (kernidee van schuld en vergeving): Zonde wordt voor God bekendgemaakt; menselijke verklaardheden kunnen God niet omzetten in rechtvaardigheid.
- Prediker 12:14 (God zal elke daad en verborgen ding richten): De correcte houding ten opzichte van zonde is dat God rechtmatig oordeelt, en mensen moeten Hem vrezen en gehoorzamen.
Praktische overweging
De tekst daagt ons uit tot soberheid: wanneer zonde toeneemt, blijft God’s heiligheid onveranderlijk. Dit betekent dat wij, in ons dagelijks leven, erkennen hoe klein en afhankelijk wij zijn ten opzichte van God. Een praktische inzet is dagelijks berouw tonen, ons richten op Gods genade en rechtvaardigheid, en onze verantwoording nemen zonder God te beschuldigen of Zijn karakter te vereenvoudigen.
Kort sluitstuk
Job 35:6 roept op tot ernst en eerlijkheid: zonde verstoort de relatie met de Heilige, en menselijke overtredingen veranderen niets aan Gods universele gerechtigheid. Het vers onderstreept de grondtoon van het Heilige Testament: God rechtvaardigt niet louter door menselijke verdiensten, maar door Zijn volbrachte werk en genade die ons tot een ware gehoorzaamheid roepen.
Cross-referenties
- Verantwoording van zonde en goddelijke rechtvaardigheid: Psalm 32:3–5 — zonde erkent en belijdening brengen vergeving en vreugde in afhankelijkheid van God.
- Goddelijke soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid: Habakkuk 1:13 — Gods ogen zijn te zuiver om kwaad te zien; hoe kan de mens recht krijgen in Zijn ogen?
- Rechtvaardiging door God, niet door menselijke verdiensten: Efeziërs 2:8–9 — genade door geloof, niet door werken, opdat niemand roemen mag.
Edwin Henry, Barnes en Clarke bieden respectievelijke lijnen van reflecting op de tedere en strenge kant van Gods rechtspraak, enz. (toepassing in 1 korrel citaat: “Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?”) Deze strekking wordt in deze pagina samengevat als uitnodiging tot nederigheid, berouw en vertrouwen in Gods onveranderlijke gerechtigheid.