Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 18:19 Uitleg van het Bijbelvers
Job 18:19 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.
Job 18:19 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 18:19 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 22:30 (NLD) »
Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.

Jesaja 14:21 (NLD) »
Maakt de slachting voor zijn kinderen gereed, om hunner vaderen ongerechtigheid wil; dat zij niet opstaan, en de aarde erven, en de wereld vervullen met steden;

Job 20:26 (NLD) »
Alle duisternis zal verborgen zijn in zijn schuilplaatsen; een vuur, dat niet opgeblazen is, zal hem verteren; den overigen in zijn tent zal het kwalijk gaan.
Job 18:19 — Samenvatting van de betekenis
Dit vers beschrijft de vuurvaste straf die de wees- en ballingspositie van een boosdoener met zich meebrengt: geen zoon, geen neef en geen woningbetrokken familie om hem heen. De spreuk is een waarschuwing dat de daden die een persoon zo ver van God en zijn medemensen schuwen, leiden tot totale isolatie en verlies van verbondenheid.
Contextueel kader
Boos spreuken in Job 18 behoren tot Elifaz’ retorische deel van de geschiedenis waarbij hij de ernst van opkomend onheil aan een goddelijke rechtvaardigheid toeschrijft. In dit hoofdstuk wordt een beeld geschilderd van de totale verlatenheid die volgt uit het verkeerde leven: geen familie die hem omringt, geen thuis waarin hij nog gevierd of getroost wordt. Het is een literaire uitdrukking van afschrikking: de zonde scheidt van de gemeenschap en van het gezinsleven.
Interpretatieve notities
Kernpunten in korte vorm
Verwant bijbellezen
Job 3:25-26 — De angstige verwachting van verder onheil; hoe het verlies van hoop en gemeenschap mensen kan raken als zij afwijken van God.
Prediker 4:9-12 — Samenwerking en gezelschap als zegen; zonde leidt tot eenzaamheid, maar verbondenheid biedt kracht en ondersteuning.
Psalm 68:6 — God geeft vrijheid en woning aan degenen die zich tot Hem wenden; isolatie staat recht tegenover zijn zegeningen.
Korte praktische conclusie
Wanneer iemand zich afzet tegen Gods gerechtigheid, raakt hij vaak de kern van zijn menselijke verbondenheid kwijt. De les is niet alleen een waarschuwing tegen boosheid, maar een oproep tot gemeenschap met God en met elkaar in gerechtigheid en naastenliefde, zodat thuis en familie weer een plek van zegen kunnen zijn.