Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 18:17 Uitleg van het Bijbelvers
Job 18:17 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.
Job 18:17 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 18:17 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Psalmen 34:16 (NLD) »
(34:17) Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

Spreuken 10:7 (NLD) »
De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.

Psalmen 109:13 (NLD) »
Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht.
Open interpretive point
Job 18:17 beschrijft de vergankelijkheid en de rumoerloze ondergang van de goddeloze, waarbij zijn herinnering vervaagt en er geen blijvende naam overblijft op de straten. Het vers benadrukt dat het oordeel over de rechtvaardigheidsloze niet slechts extern is, maar ook intern in de herinnering van de gemeenschap wordt verzegeld: het leven eindigt zonder blijvende eer of invloed.
Literair kader
Deze spreuk komt uit de midden-strafo van Elifaz’ toon in het boek Job, waar de lof der heerser en de angst voor straffen vaak samenvloeien. De beeldspraak van een verloren geheugen en een verlaten stad geeft een krachtige afkeer van rijkdom, roem en macht die niet standhouden. Het taalgebruik versterkt de ernst: “zijn gedachtenis” en “geen naam op de straten” suggereren een allesomvattende verdwijnsel, zowel in fysieke als in maatschappelijk opzicht.
Theologische betekenis
Het vers legt de nadruk op tijdelijke eer en de zekerheid van oordeel. Het onderstreept de vergankelijkheid van menselijke rijkdom in tegenstelling tot de blijvende gerechtigheid van God. In de bredere Bijbelse theologie leert men dat roem en aards comfort slechts tijdelijk zijn, terwijl de toorn van Gods gerechtigheid en de hoop op verlossing een ander domein vormen dat voorbij aardse herinnering gaat.
2-3 opmerkelijke kruisverbanden
Toelichting bij deze verbindingen: waar mensen herinneringen en namen verliezen, blijft Gods trouw en de hoop op gerechtigheid. Dit verheldert de lijdende hoop van Job, die uiteindelijk niet teniet wordt gedaan door tijdelijke vernedering.
Historische en didactische notities
In de oudheid was eer en naamgeving verbonden met status en invloed. Job 18:17 legt de nadruk op het uiteindelijke wat blijft als iemands leven in gerechtigheid ontbreekt: alleen Gods oordeel en de verantwoording voor het leven blijven van belang. De boodschap is geen fatalisme, maar een uitnodiging tot heiliging en vertrouwen terwijl de tijden donker zijn.
Vragen ter reflectie
Conclusie
Job 18:17 waarschuwt tegen de verleiding van blijvende eer die op aarde huist. De tekst nodigt uit tot ls en houding van bescheidenheid en afhankelijkheid van God. Ondanks de donkerte van het huidige lijden, blijft het fundament van Gods rechtspraak zeker: wat mensen vergeten, is niet verloren voor Hem die recht doet. De hoop ligt in richting en trouw van God, meer dan in de vergankelijke eer van mensen.
Nuttige overwegingen uit openbare domeincommentaren
Remark: Voor historische opmerkingen verwijst men doorgaans naar oudere commentaartradities; Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke geven vaak aan dat menselijke eer niet het einddoel is, maar een korte onderbreking in het grotere verhaal van Gods gerechtigheid. Desgewenst kan men hun algemene lessen inzichtelijk integreren zonder het eigenchrift te kopiëren. De essentie blijft: aardse herinnering is tijdelijk; Gods oordeel en genade blijven.