Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Job 15:1 Job 15:2 Job 15:3 Job 15:4 Job 15:5 Job 15:6 Job 15:7 Job 15:8 Job 15:9 Job 15:10 Job 15:11 Job 15:12 Job 15:13 Job 15:14 Job 15:15 Job 15:16 Job 15:17 Job 15:18 Job 15:19 Job 15:20 Job 15:21 Job 15:22 Job 15:23 Job 15:24 Job 15:25 Job 15:26 Job 15:27 Job 15:28 Job 15:29 Job 15:30 Job 15:31 Job 15:32 Job 15:33 Job 15:34 Job 15:35



Betekenis in één zin
Job 15:28 beschrijft een periode waarin de goddelozen steden en huizen bewoond en toch verlaten achterlaten, terwijl ze tot hooploze verlettering en steenachtige ruïnes vergaan.
Achtergrond en context
Het boek Job verbeeldt het thema van onbegrijpelijk lijden en de vraag naar rechtvaardigheid. In dit vers reageert Elifaz op Job, en hij wijst op de kwetsbaarheid van de menselijk beschaving wanneer goddelijke toorn en menselijke trots samenkomen. De beelden van “bewoonde verwoeste steden” en “huizen gereed tot steen hoop” suggereren nabijheid van oordeel en de vergankelijkheid van rijkdom en macht zonder God.
Interpretatieve waarnemingen
Kernachtige thema’s
Verbindingspassages
- Spreuken en profetieën spreken vaak over de vergankelijkheid van aardse voorspoed en de veiligheid die God schenkt of onthoudt. Dit vers sluit aan bij de waarschuwing dat ware hoop niet in aardse macht ligt.
- In hetzelfde literaire kader onderstreept Job zelf de twijfel over menselijke rechtvaardigheid en goddelijke orde, zodat de lezer ziet hoe overtuigende retoriek en lijden elkaar kruisen.
- Elders wordt Gods oordeel ook aangegeven als een verschijnsel dat de beschaving treft die zichzelf veilig waant; de ruïnes blijven als teken van Gods heiligheid en rechtvaardigheid.
Korte praktische les
Laat de hoop die wij stellen op aardse wapenrusting en bouwsels niet de kern van veiligheid zijn; zoek in God een blijvende zekerheid die niet verdwijnt wanneer beschaving wankelt.
Contekst en accent uit oudere commentaren
Matthew Henry wijst op de menselijke trots en de grens van menselijke constructies wanneer God optreedt. Albert Barnes benadrukt het beeld van een verdreven en verlaten stad als teken van de straf van zonde. Adam Clarke ziet het als illustratie van de vergankelijkheid van aardse voorspoed onder het oordeel van God. Deze stemmen vullen elkaar aan met een waarschuwing tegen vertrouwen op wederzijdse rijkdommen en menselijke macht.
Overige cross-referenties
- Psalm 49:18-19: mensen genieten van rijkdom in leven en roem, maar na de dood verlaat alles hen. Uitleg: aardse rijkdom is tijdelijk. - Jesaja 24:10-12: lege steden en verlaten huizen treffen een land onder oordeel. Uitleg: vergelijkbare beelden van verwoesting en verlies van veiligheid. - Spreuken 27:24: rijkdom gaat door de tijd heen verloren; ware veiligheid ligt niet in bezit maar in God.