Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Job 15:1 Job 15:2 Job 15:3 Job 15:4 Job 15:5 Job 15:6 Job 15:7 Job 15:8 Job 15:9 Job 15:10 Job 15:11 Job 15:12 Job 15:13 Job 15:14 Job 15:15 Job 15:16 Job 15:17 Job 15:18 Job 15:19 Job 15:20 Job 15:21 Job 15:22 Job 15:23 Job 15:24 Job 15:25 Job 15:26 Job 15:27 Job 15:28 Job 15:29 Job 15:30 Job 15:31 Job 15:32 Job 15:33 Job 15:34 Job 15:35



Job 15:20 (NLD): Context en belangrijkste bedoeling
In dit hoofdstuk spreekt Elifaz als een van de drie vrienden die Job beschuldigen van verborgen zonden. Job 15:20 vangt een kernidee uit Elifaz’ pleidooi: de goddeloze en tiran ervaren voortdurende onrust en een kort bestaan, terwijl Gods rechtvaardigheid uiteindelijk zichtbaar maakt dat het kwaad wordt verwezenlijkt in tijdelijke onrust. De verscontext laat zien dat de menselijkheid van de vrienden vooral berust op een streng oordeel over Job: de goddeloze lijkt voortdurend te worden getroffen, terwijl een korte tijdspanne hem naar de ondergang voert. Dit vers vormt een onderdelenlijn in de polemiek: lijden wordt vaak geïnterpreteerd als bevestiging van zonde en vergelding.
Centrale betekenis
De kerngedachte is dat de goddeloze zich voortdurend bedrukt en verarmd voelt, terwijl zijn bestaan kort en grillig lijkt. Het vers benadrukt de vergankelijkheid van zondig bestaan en hoe tiranniek gedrag—een ijdel streven naar overheersing—niet langer meegaat dan de menselijk toelaatbare tijd. Het woordgebruik onderstreept de onrechtvaardige status van wie zich opzettelijk tegen God keert: zij dragen geen lengte van dagen die rechtvaardigheid verdient, maar een kort en benauwd bestaan.
Drie kern-thema's
Verwijzingen naar verwante passages
- Psalm 37:1-2: over het tijdelijke karakter van het kwade en het geduld van de rechtvaardige. Dit biedt een contrast tussen de tirannie en Gods voorzienigheid.
- Prediker 8:12-13: hoewel het kwade vaak langer lijkt te duren, blijft Gods gerechtigheid uiteindelijk onaangetast. Dit verheldert hoe tijd en morele orde samenvallen.
- Spreuken 10:27: het vrezen des Heer zorgt voor langzame, maar duurzame zegen, tegenover de kortstondige gunst van de goddeloze.
Praktische overweging
Voor de moderne gelovige kan dit vers een aansporing zijn tot volharding in het lijden zonder Gods gerechtigheid in twijfel te trekken. Lijden dat juist het karakter van goddeloosheid blootlegt, hoeft niet het laatste woord te zijn; uiteindelijk ligt het in Gods hand hoe lange de dagen van de tiran zijn. Voor wie leeft in onrecht, biedt dit vers troost in de gedachte dat de tijd niet God voorbijgaat en dat rechtvaardigheid uiteindelijk zijn volle lengte krijgt.
Korte samenvatting
Job 15:20 stelt dat de goddeloze zich voortdurend benauwd voelt en dat zijn jaren begrensd zijn, een herinnering dat tirannie en zonde geen blijvende macht hebben. Het nodigt uit tot vertrouwen in Gods rechtvaardigheid, ook wanneer menselijke ogen lijden en onrecht vaak lijkt te heersen.
Korte noten op auteursrechtelijke citaten
Enkele klassieke, openbare-commentaarzinnen uit oudere bronnen passen hier samen:
Matthew Henry: “De goddeloze denkt zijn recht op vrede te behouden door geweld, maar zijn tijd is beperkt.”
Albert Barnes: “Zij die zich tegen God keren, dragen een kortste dagen; de toename van macht is geen waarlijk veiligheid.”
Adam Clarke: “Hoewel de tiran zijn macht oogt, wordt die macht door de God van het universum beperkt en zal hij spoedig vergaan.”
Let op: deze korte parafrasen geven samenvattingen van wat expliciet in hun werken staat; er worden geen volledige lange citaten weergegeven.