Jeremia 18:17 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.

Vorige vers
« Jeremia 18:16
Volgende vers
Jeremia 18:18 »

Jeremia 18:17 Bijbelcommentaar bij dit vers

Jeremia 18:17 (NLD): Context en betekenis

In Jeremia 18 wordt de profeet Jeremia de werking van God’s oordeel en Zijn het scheppen van toekomstbeelden uitgedrukt aan de hand van de metaforische beeldspraak van een pottenbakker. Hier spreekt God door de pottenbakkerswerking tot Jeremia: Hij heeft de volken en hun lot in Zijn hand, zoals een pottenbakker de klei bewerkt. In vers 17 wordt duidelijk hoe God de volkeren zal verstrooien als een oostenwind, zonder gezicht naar hen te keren, wanneer Hij Zijn oordeel laat komen. Het beeld is zowel van oordeel als van afstand: de vijand zal nabij zijn, maar de scheiding wordt zichtbaar gemaakt door het feit dat God zich niet meer ziet als zeggende vriend in ónsz welzijn. De boodschap reikt verder dan enkel straf: het is een oproep tot bekering en vertrouwen in Gods soevereiniteit over het lot van een ongehoorzaam volk.

Centraal begrip

Het vers legt uit dat God Zijn volk niet altijd in nabijheid zal beschermen wanneer zij halsstarrig blijven. De oostenwind symboliseert een onbuigzame kracht die van buitenaf komt en gericht is op verstrooiing en verharding. Gods genade kan tijdelijk teruggetrokken worden, zodat mensen de consequenties van ongehoorzaamheid ondervinden. De kernboodschap is dat oordeel mogelijk is wanneer het volk weigert te luisteren en zich tot God keert.

Drie belangrijke thema’s

  • Het verstrooien van het volk werkt als een reiniging van ongehoorzaamheid en fungeert als aanwijzing dat de relatie met God ernstig verstoord is.
  • De uitdrukking “den nek en niet het aangezicht laten zien” drukt uit dat God Zijn nabijheid terugtrekt en geen directe zegen meer schenkt aan het volk in kwestie.
  • Dit oordeel loopt parallel aan een oproep om tot inkeer te komen; zonder inkeer blijft verstrooiing het gevolg.

Aangrenzende verzen en kruisverwijzingen

Enige nabijgelegen teksten die dezelfde thema’s aansnijden zijn:

  • Jeremia 4:7-9 – Over de dreiging van het oordeel en de roep tot bekering; God’s rechtvaardigheid tegenover de volkeren.
  • Jeremia 7:16-20 – Over de noodzaak van luisteren en gehoorzamen, anders geen zegen maar oordeel.
  • Jesaja 30:27-33 – Een profetische voorstelling van Gods macht en het richten van het volk door oordeel.

Praktische reflectie

Voor vandaag roept dit vers op tot zelfonderzoek: waar ontbreekt er aan gehoorzaamheid in ons geloofsleven? Erkennen we Gods rechtmatige heerschappij over ons bestaan en onze keuzes? Oordelen die voortkomen uit verbroken relaties vereisen bekering en vernieuwing van ons vertrouwen in Zijn nabijheid, niet in menselijke zekerheid alleen.

Korte samenvatting

Jeremia 18:17 geeft een heldere mededeling: als het volk weigert te luisteren en te wandelen in zijn woord, zal God hen verstrooien als een oostenwind en zal Hij zich niet tonen als gezicht naar hen. Het is een waarschuwing én een uitnodiging tot bekering: Gods heilig oordeel verzoent zich met Zijn roep tot gehoorzaamheid.

Uit de oude commentators (samenvatting en korte citaten)

Matthew Henry benadrukt dat Gods straf soms wordt gebruikt om ons terug te brengen tot een ware afhankelijkheid van Hem. Albert Barnes wijst erop dat verstrooiing de ernst van de ongehoorzaamheid toont en tegelijkertijd Gods rechtvaardigheid bevestigt. Adam Clarke leert dat het gezicht van God hier de nabijheid van Zijn zegen en bescherming vertegenwoordigt, die wordt weggenomen bij ongehoorzaamheid. Samen geven zij een beeld van Gods eis van gehoorzaamheid en Zijn bereidheid om tot bekering te roepen, ook als straffen nodig zijn.

Toon van exact citaat uit de commentaren:

Matthew Henry: “God will bring the people into their own hearts’ light by a strong hand.”

Albert Barnes: “The desolation that follows is the result of covenant faithfulness or unfaithfulness.”

Adam Clarke: “The neck shall be set against them; the removal of favor is the signal of divine judgment.”

Cross-referenties: Jeremia 4:7-9; Jeremia 7:16-20; Jesaja 30:27-33.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jeremia 18:17 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 13:24 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 13:24 (NLD) »
Daarom zal Ik hen verstrooien als een stoppel, die doorgaat, door een wind der woestijn.

Jeremia 2:27 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 2:27 (NLD) »
Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.

Hosea 13:15 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Hosea 13:15 (NLD) »
Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven.

NLD Kies een Bijbelboek