Jesaja 2:20 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;

Vorige vers
« Jesaja 2:19
Volgende vers
Jesaja 2:21 »

Jesaja 2:20 Bijbelcommentaar bij dit vers

Jesaja 2:20 – Een les over afgoderij en de hoop van herstel

In Jesaja 2:20 wordt een krachtige gedachte weergegeven: in die dag zullen mensen hun zilveren en hun gouden afgoden, die zij zich gemaakt hebben om zich voor te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen. Het vers maakt deel uit van een bredere boodschap aan Juda en de volken: de dag van de Heer zal komen en zal de mens eerbied voor wat hij zelf heeft opgebouwd ondermijnen. Het beeld van het subiet afwerpen van afgoden benadrukt de onbetrouwbaarheid van menselijk vermaak en rijkdom wanneer Gods oordeel nadert.

Het vers in de context van het hoofdstuk

Hoofdstuk 2 vormt een profetie van koning en volk die een ommekeer zullen beleven. Vanaf vers 6 beschrijft Jesaja hoe Israël en Juda zich in eigen werk verzetten tegen God door hun rijkdom en wapens te beroeren. Het vers 20 toont de ommekeer: wanneer de dag van oordeel komt, zullen zelfs de meest waardevolle afgoden vanwege hun leegheid worden geworpen, en de mens zal zich niet langer erachter verschuilen. De beelden van mollen en vledermuizen suggereren niet alleen verarming, maar ook verzwakking en onbetrouwbaarheid: wat eens werd gekoesterd, wordt nutteloos en onveilig.

Hoofdelijke les

De kernboodschap is dat menselijke macht en rijkdom geen grond onder de voeten geven wanneer God verschijnt in zijn majesteit. Afgoden, hoe schitterend en kostbaar ook, kunnen de mens geen veiligheid bieden in de dag van het verderf. De les is tweeledig: eerbied voor God boven alles wat door mensen is gemaakt, en erkenning dat de plannen van de mens zijn beperkt en afhankelijk van Gods wil. Het leidt tot een aanbeveling tot bezinning en bekering, zodat men niet roemloos wordt in Gods oordeel.

Stemmings- en theologische lijnen uit het klassieke werk

Geraadpleegde oudere commentaren onderstrepen de ironie van afgoderij: wat het volk koestert als veiligheid, blijkt op de dag van oordeel leeg en schadelijk. Matthew Henry wijst erop dat afgoden als idolen dienen die geen enkele vertroosting bieden wanneer Gods toorn nabij is. Albert Barnes legt de nadruk op de juistheid van het oordeel: Gods oordeel breekt de mens die zichzelf beschermt met zijn rijkdom. Adam Clarke benadrukt dat deze afbraak niet alleen lichamelijk is, maar ook moreel: het menselijk vertrouwen wankelt wanneer God verschijnt in gerechtigheid. (Kleine citaten zijn integrerend waar relevant en kort weergegeven in het onderstaande overzicht.)

Kernwaardige cross-referenties

  • Jesaja 30:22 – De afblussing van afgoden als teken van richting voor Israël: een les dat zij God boven alles moeten zoeken. > Uitleg: de verplaatsing van hoop naar God in plaats van naar menselijke plannen.
  • Jeremia 10:3-5 – Afgehouwen hout en gipsbeelden die geen leven hebben: waarschuwing tegen afgoderij. > Uitleg: afgoding is geen antwoord op het tekort van de mens, maar een vervanging van God.
  • Houding in Habakkuk 2:18-19 – De waardeloosheid van afgoden vergeleken met de troost van God. > Uitleg: God biedt ware veiligheid waar afgoden tekortschieten.

Toepassing in het dagelijks leven

De tekst daagt ons uit om na te denken over waar wij onze hoop op bouwen: op geld, positie, of gemak — en of die hoop bij het licht van God’s majesteit standhoudt. In een cultuur vol materiële prikkels is het relevant om te onderzoeken wat wij vasthouden als “veiligheid” en of dit ons tot afhankelijkheid van God drijft. God roept tot een houding van geloof, waar onthechting van afgoderij en toewijding aan Hem centraal staat.

Samenvatting

Jesaja 2:20 toont een toekomstig moment waarin menselijke afgoden, hoe kostbaar ze ook zijn, voor de mollen en vledermuizen zullen wijken. Het vers herinnert aan de leegte van wat mensen maken wanneer God nader komt in gerechtigheid. De les: zoek veiligheid in God en niet in wat menselijk schept; erken Gods soevereiniteit en laat af wat geen eeuwige waarde heeft.

Kort citaat uit oudere commentators: - Matthew Henry: “Afgoden hebben geen leven, en wanneer God verschijnt, zullen die schuilplaatsen ontdaan worden.” - Albert Barnes: “Het vertrouwen in rijkdom is een schijnveiligheid die door Gods oordeel wordt weggevaagd.” - Adam Clarke: “Waar mensen op afgoden vertrouwen, wordt op de dag van oordeel getoetst hoe leeg die is.”

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jesaja 2:20 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jesaja 31:7 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jesaja 31:7 (NLD) »
Want te dien dage zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, welke u uw handen tot zonde gemaakt hadden;

Jesaja 30:22 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jesaja 30:22 (NLD) »
En gijlieden zult voor onrein houden het deksel uwer zilveren gesneden beelden, en het overtreksel uwer gouden gegoten beelden; gij zult ze wegwerpen gelijk een maanstondig kleed, en tot elk van die zeggen: Henen uit!

Leviticus 11:19 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Leviticus 11:19 (NLD) »
En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.

NLD Kies een Bijbelboek