Exodus 23:11 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.

Vorige vers
« Exodus 23:10
Volgende vers
Exodus 23:12 »

Exodus 23:11 Bijbelcommentaar bij dit vers

Exodus 23:11 – Het Sabbatsprincipe in landbouw en zorg voor de armen

Waarom dit vers telt
Dit vers schakelt landbouwpraktijken en sociale zorg in één lijn: zelfs in het werk van de akkerbouw en de wijnstok blijft God de behoefte van de zwakken voor ogen houden. Het herinnert aan een God van rechtvaardige orde die niet alleen wetten geeft om het land te exploiteren, maar ook om het kwetsbare deel van de gemeenschap te beschermen en te voeden. Het drukt uit dat God het welzijn van de armen en dieren in het dagelijkse ritme van werk en rust integreert.

Originele context

In Exodus geeft God via Mozes gedetailleerde wetten aan het volk Israël, als een ingreep in hun agrarische en sociale orde, kort na de uittocht uit Egypte. Het landhuis en de wijngaard zijn de bronnen van bestaan, maar die bronnen worden niet onbegrensd benut. Een part-time sabbatsrust voor de aarde (zoals we later in het Sabbatjaar en Sabbat van het land terugzien) en een zorgplicht voor de armen en dieren benadrukken dat rijkdom en overvloed niet een excuus mogen zijn voor onrecht of uitbuiting. Dit vers is een concrete toepassing: op precies zeven dagen moet men de arbeid opzij zetten zodat de armen mogen eten en de dieren kunnen njen; dezelfde houding moet men toepassen op wijngaarden en olijfbomen.

Hoofdboodschap

De kern is gastvrijheid en rechtvaardige zorg: rust en vrijgave aan de armen op de zevende dag als regelmatig recht. Daarnaast wordt de gemeenschap opgeroepen om over de grenzen van menselijk nut te kijken; wat rest van de oogst, moet beschikbaar blijven voor zij die geen eigen voedsel hebben, en de dieren mogen ook eten van wat de akker schenkt. Het onderliggende principe is dat bezit en arbeid altijd dienen tot het welzijn van de hele gemeenschap, niet tot eigen vergen en uitbuiting.

Thema’s die resoneren in de Bijbelse canon

  • Zachtaardige rechtvaardigheid: God stelt regels die de armen beschermen en de schepping eerbiedigen.
  • Verwijzing naar rust als goddelijke orde: de 7e dag als rustdag weerspiegelt de scheppingsorde en de consequentie voor dagelijkse arbeid.
  • Zorg voor dieren en landbouwgemeenschap: het boek Exodus legt nadruk op de verantwoordelijkheid van de gemeenschap tegenover mens en dier.

Cross-referenties

Leviticus 19:9-10 – Beleidsregel voor het leeg laten schieten van het veld, zodat armen meedelen kunnen. Leest als uitbreiding van het principe: welvaart gaat gepaard met vrijgevigheid en gerechtigheid. Context: sociale wetten die landbezit met zorg voor medemensen verbinden.

Deuteronomium 24:19-22 – Praktische uitvoering van oogstvrijgave en zorg voor minderbedeelden; herhaalt het idee dat wat oogstbaar is, ten dienste staat aan de armen en vreemden in het midden van de gemeenschap.

Jeremia 22:15-16 – Rechtvaardige heerschappij wordt gekarakteriseerd door zorg voor de armen en integriteit in het volk van God; opnieuw de verbinding tussen rechtspraak en zorg voor mens en schepping.

Korte, historische commentaarpunten

Mattheüs Henry (samenvattend): waarschuwt tegen ongebalanceerde rijkdom die ten koste gaat van de armen; de sabbatsregel is een praktische herinnering dat God de schepping geleid in orde en zorg heeft. “The land must not be stripped bare for the sake of indulgence, but with mercy.” (inkleuring uit Henry’s benadering, paraphrase).

Albert Barnes (samenvattend): benadrukt dat deze verordeningen het sociale evenwicht bewaren; de zegeningen van het land blijven met inachtneming van het welzijn van de gemeenschap en de dieren. (Geen directe tekstuele citaten opgenomen, samenvattend)

Adam Clarke (samenvattend): wijst op de regelmatige rust als reflectie van Gods heiligheid en als les in nederigheid en dankbaarheid; de armen en dieren profiteren van deze rust en overvloed. (Geen directe korte citaten uit Clarke weergegeven; samenvattend)

Een korte reflectie

Deze passage nodigt uit tot een evenwicht tussen werk en zorg. Het herinnert ons aan de afhankelijkheid van de gemeenschap van elkaar: de arbeid die wij leveren mag niet ten koste gaan van hen die minder hebben, en de schepping trekt er baat bij als restanten van arbeid tot zegen worden voor armen en dieren. Voor vandaag vraagt dit vers voorbij de letterlijke toepassing te kijken: hoe geef ik ruimte aan de zwakken in mijn eigen milieu? En hoe laat ik de schepping genieten van de rest die vrijkomt uit mijn arbeid, zonder verspilling?

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Exodus 23:11 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Leviticus 25:20 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Leviticus 25:20 (NLD) »
En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar! Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;

Leviticus 26:34 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Leviticus 26:34 (NLD) »
Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.

Leviticus 25:11 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Leviticus 25:11 (NLD) »
Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.

NLD Kies een Bijbelboek