Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Efeziërs 2:1 Efeziërs 2:2 Efeziërs 2:3 Efeziërs 2:4 Efeziërs 2:5 Efeziërs 2:6 Efeziërs 2:7 Efeziërs 2:8 Efeziërs 2:9 Efeziërs 2:10 Efeziërs 2:11 Efeziërs 2:12 Efeziërs 2:13 Efeziërs 2:14 Efeziërs 2:15 Efeziërs 2:16 Efeziërs 2:17 Efeziërs 2:18 Efeziërs 2:19 Efeziërs 2:20 Efeziërs 2:21 Efeziërs 2:22



Efeziërs 2:7 — Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus
Het vers is onderdeel van Paulus’ betoog over Genade versus Werken. Efeziërs 2 beschrijft hoe mensen zonder Christus dood waren in overtredingen, maar door Gods genade gered zijn, niet uit werken, zodat niemand kan roemen. De zin in vers 7 kijkt vooruit naar de eschatologische openbaring van Gods rijkdom aan genade in de toekomst, wanneer de volheid van Christus’ verlossing openbaar wordt in de gemeenschap van de gelovigen en het gehele universum haar glans zal zien.
— Gods voorspoeden vooraf bepalen en voltooien: hoe de verlossing in Christus bevestigd wordt tot eer van zijn genade. De verbinding benadrukt de voltooide daad die in Christus zijn voltooiing vindt.
— Christus in u, de hoop der heerlijkheid: het kennen van Gods rijkdom in genade via de relatie met Christus wordt hier expliciet als hoop en verrijzenis van nieuw leven genoemd.
— God zal alles vullen met genade en vervulling in de toekomende staat; de uiteindelijke openbaring van Gods rijkdom sluit aan bij wat hier wordt voorgesteld.
Leer de verlossing die wij vandaag bezitten niet voor lief nemen, maar leef in het besef dat Gods rijkdom in genade zich verder zal openbaren. Vertrouw op Christus, die de genadebron is, en wandel in dankbaarheid dat zulk een goedertierenheid ons is toegewezen voor de eeuwigheid.
Samenvatting in één zin: God zal in de toekomst nog rijker tonen wat Hij in Christus Jezus ten diepste heeft opgebouwd aan genade, zodat Zijn goedertierenheid aan ons openbaar wordt als een onuitputtelijke erfenis voor de eer van God.
Toelichting op gezaghebbende stemmen: Matthew Henry beklemtoont dat de toekomende eeuwelingen de volheid van Gods liefde zal zien; Albert Barnes wijst op de verhoopte openbaring van redelijkheid door genade, en Adam Clarke benadrukt dat de uitkomst van God’s werk een loflied is aan Zijn onbegrensde welwillendheid. In samenspel met een vierde commentator kan gezegd worden dat dit vers de troost en het doel van de verlossing onderstreept: God’s rijkdom in genade blijft uitvoerig en zichtbaar door Christus.