Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 27:1 Deuteronomium 27:2 Deuteronomium 27:3 Deuteronomium 27:4 Deuteronomium 27:5 Deuteronomium 27:6 Deuteronomium 27:7 Deuteronomium 27:8 Deuteronomium 27:9 Deuteronomium 27:10 Deuteronomium 27:11 Deuteronomium 27:12 Deuteronomium 27:13 Deuteronomium 27:14 Deuteronomium 27:15 Deuteronomium 27:16 Deuteronomium 27:17 Deuteronomium 27:18 Deuteronomium 27:19 Deuteronomium 27:20 Deuteronomium 27:21 Deuteronomium 27:22 Deuteronomium 27:23 Deuteronomium 27:24 Deuteronomium 27:25 Deuteronomium 27:26



Deuteronomium 27:5 (NLD)
In Deuteronomium 27:5 roept Mozes de Israëlieten op om een altaar te bouwen bij de plek waar zij God zullen inwijden in het land dat zij betreden. Het verbod om met ijzer over het altaar te bewogen laat zien dat dit altaar een heilige en eenvoudige constructie moet blijven, zonder mechanische of technische bewerking die het heiligdom zou kunnen begraven of beïnvloeden. Het bouwen van een stenen altaar op de gekozen plaats symboliseert aanbidding die op God allein gegrond is, niet op menselijke vernuft of controle.
Kernbetekenis en context
Het vers maakt deel uit van de zegenbede en de zegen-, vervloekingsrollen die in Deuteronomium 27 worden ingesteld. De Israëlieten krijgen instructies voor een plechtig verbondsmoment ter ere van de HEERE wanneer zij het land binnen gaan. Het bouwen van een altaar van stenen en het verbod om er ijzer over te bewegen, benadrukt de eenvoud, zuiverheid en heiligheid van aanbidding: een ondeelbare toewijding aan God, los van menselijke instrumenten en aanpassingen.
Thema’s
Verwonderlijke inzichten uit oudere commentaren
Suggesties uit klassieke commentaren onderstrepen de nadruk op eenvoud en heiligheid. Matthew Henry beklemtoont dat het altaar symbool staat voor een oprecht en eenvoudig geloof, zonder menselijke toevoegingen. Albert Barnes wijst op de noodzaak van een zuivere toeweiding aan God en verbindt het met gehoorzaamheid aan Zijn Wet. Adam Clarke ziet het als een teken van afhankelijkheid van God en een waarschuwing tegen antropomorfe verhoging van ceremonieën. Een korte uitsnede die soortgelijke teneur weergeeft is: “niet met ijzer over het altaar bewogen,” wat wijst op vrijheid van menselijke manipulatie in de religieuze praktijk.
Kruisverwijzingen
Zie Exodus 20:24-25 waar God een soortgelijke oproep doet tot plaatsen en altaren die uitsluitend van stenen zijn; Joshua 8:30-32 beschrijft een soortgelijke plechtigheid bij het land inbezitneming en het leggen van stenen ter herinnering. Ps 118:22 spreekt over de steen die de verstrooide mensen tot verbond samenbindt, als beeld van Goddelijke voorzienigheid.
Praktische toepassing
Voor vandaag houdt deze passage ons vast aan de kern van ware aanbidding: eenvoud, zuiver hart en toewijding aan God, zonder verering van menselijke vorm of podiumkunst. Het herinnert ons eraan dat rituelen mogen dienen, maar nooit de plaats innemen van een oprecht geloof in God. Het gaat om het vastleggen van eeuwige waarheden op een solide, onwrikbare manier—zoals een stenen altaar dat stand houdt wanneer het weer en de tijd veranderen.
Korte samenvatting
De opdracht in Deuteronomium 27:5 benadrukt een eenvoudige, heilige aanbidding die gegrond is op God en plaatsgebonden. Een altaar van stenen moet zonder ijzer bewerkt worden, wat wijst op onverminderde toewijding aan een zuivere eredienst, vrij van menselijke manipulatie.