Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 27:1 Deuteronomium 27:2 Deuteronomium 27:3 Deuteronomium 27:4 Deuteronomium 27:5 Deuteronomium 27:6 Deuteronomium 27:7 Deuteronomium 27:8 Deuteronomium 27:9 Deuteronomium 27:10 Deuteronomium 27:11 Deuteronomium 27:12 Deuteronomium 27:13 Deuteronomium 27:14 Deuteronomium 27:15 Deuteronomium 27:16 Deuteronomium 27:17 Deuteronomium 27:18 Deuteronomium 27:19 Deuteronomium 27:20 Deuteronomium 27:21 Deuteronomium 27:22 Deuteronomium 27:23 Deuteronomium 27:24 Deuteronomium 27:25 Deuteronomium 27:26



Overzicht van Deuteronomium 27:17
Dit vers maakt deel uit van de indrukwekkende setting bij de verbondsteksten in Deuteronomium 27, waar Israël de verbondswetten bevestigt terwijl zij het land binnentrekken. Het vers waarschuwt tegen een specifieke daad: landpale diefstal. Het toont hoe morele orde en rechtvaardigheid onlosmakelijk verbonden zijn met gehoorzaamheid aan Gods geboden. De straf — vervloeking — dient als zwaar gewicht om de gemeenschap te weerhouden van een zondig en schadelijk compromis dat de onderlinge banden van het volk schaden zou.
Het vers in zijn hoofdstuk
In Deuteronomium 27 staat het volk op de Jordaan, uiteenlopend in twee groepen die de zegenende en de vervloekende bergen bekleden. Hier legt Mozes de leefregels voor de israelieten uit: het volk zal de geboden uitspreken en daarbij de zegeningen en vervloekingen memoreren. De formulering “Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt!” plaatst een ernstige morele norm boven individuele winst. Het woord ‘landpale’ betekent hier onrechtmatige diefstal van eigendom van een naaste, wat de gemeenschap ontwricht en de sociale orde ondermijnt.
Hoofdles en thema
Hoofdles: ware gemeenschap vereist rechtvaardige relaties en respect voor andermans eigendom. Het vers benadrukt dat zonde tegen een ander uiteindelijk een zonde tegen God is, want God heeft het volk geroepen tot recht en rechtvaardigheid in het land.
Verbindingen met andere Schriftplaatsen
Deze passages onderstrepen dat diefstaat en onrecht geen privézaak is maar een sociale zonde die de hele gemeenschap schaadt en uiteindelijk Gods rechtvaardigheid roept.
Kernles in eenvoudige zin
De gemeenschap Israël moest hechten aan eerlijke handel en wederzijds respect. Wanneer iemand landpale verduistert of verkrijgt ten koste van een boer of buur, raakt men Gods orde en de stabiliteit van het volk aan. De strengheid van de vervloeking dient als waarschuwing: zonde tegen een naaste is zonde tegen God zelf.
Aanwending voor vandaag
Samenvatting
Deuteronomium 27:17 leert dat sanctie en zegen voortvloeien uit leefbare, rechtvaardige relaties binnen de gemeenschap. Het verbond vraagt van Israël gehoorzaamheid aan Gods normen van recht en eerlijk handelen, zodat het land in vrede kan bloeien. De waarschuwing tegen landpale verduistert niet alleen eigendom maar intrigeert de onderlinge verbondenheid van het volk met God.
Kruisverwezen tekstnotities
Gedeelten die vergelijkbare zorg voor recht en naaste liefde weergeven bevinden zich in Exodus 23:9-11, Leviticus 19:11-13 en Spreuken 22:22-23. Deze wijzen op een consequente bijbelse beschouwing: eerlijk handelen en bescherming van de naaste staan centraal in Gods volk.
Quotaties uit Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke – korte, resterende citaten die relevant zijn:
Uit Matthew Henry: “The whole law of God, in one sense, is summarized in these words, Thou shalt love thy neighbour as thyself.”
Uit Albert Barnes: “The command forbids not merely open theft, but deceitful taking of land under color of law or agreement.”
Uit Adam Clarke: “A people thus warned shall walk in integrity, or else be under God’s heavy correction.”