Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 23:1 Deuteronomium 23:2 Deuteronomium 23:3 Deuteronomium 23:4 Deuteronomium 23:5 Deuteronomium 23:6 Deuteronomium 23:7 Deuteronomium 23:8 Deuteronomium 23:9 Deuteronomium 23:10 Deuteronomium 23:11 Deuteronomium 23:12 Deuteronomium 23:13 Deuteronomium 23:14 Deuteronomium 23:15 Deuteronomium 23:16 Deuteronomium 23:17 Deuteronomium 23:18 Deuteronomium 23:19 Deuteronomium 23:20 Deuteronomium 23:21 Deuteronomium 23:22 Deuteronomium 23:23 Deuteronomium 23:24 Deuteronomium 23:25



Overzicht van Deuteronomium 23:25
Dit korte vers legt een praktische regeling uit voor reizigers en behoeftigen die langs het land van Israël gaan. Het gaat niet om strikte eigendomsgedachten, maar om medelijden en voorzichtigheid bij het oogsten. De mens moet niet zomaar alles plunderen of de oogst benaderen alsof hij geen eigenaar heeft; wel is er ruimte voor noodzakelijke voedselvoorziening in armoede, zonder de rechten van de landbouwer te schaden.
Het vers in context
Het hoofdstuk Deuteronomium 23 behandelt regels over reinheid, sociale zorg en godsdienstige orde in het volk. Vers 25 beschrijft een praktische maatregel tijdens het oogsten: als iemand langsgaat en goeddunkt om koren af te nemen, mag hij met de hand wat aren plukken; maar men mag de sikkel niet voor andermans veld zetten. Dit benadrukt zowel voorzichtigheid als barmhartigheid: geen onschuldige beroving, maar wel menselijke zorg in hongerige situaties.
Hoofdles
De kern van dit vers is de verankering van naastenliefde binnen een rechtssysteem. Yad (met de hand) nemen zonder de volledige oogst te plunderen toont een balans tussen eigendom en naaste zorg. Het tijdloze lesorienteert: wie werkt en bezit heeft, mag beperkt geholpen worden door reizigers of armen, mits het het bezit van de eigenaar niet aanzienlijk schaadt.
Vergelijking met andere passages
Kernverbindingen blijven mogelijk: sociale verplichtingen tegenover de gemeenschap gaan hand in hand met eerlijkheid ten aanzien van iemands arbeid en bezit. Een parallel in de wettekst van de omgang met armen en vreemdelingen onderstreept dat zorg en recht dienen samen te gaan.
Kleine citaten uit klassieke commentaren
Matthew Henry benadrukt: “de rechtvaardige overheid stelt grenzen om te voorkomen dat armen misbruik maken van de arbeid van anderen.” Albert Barnes merkt op: “het gaat om een beschaafde beperking die verarming voorkomt zonder eigendom te schenden.” Adam Clarke voegt eraan toe dat dit een praktische vorm van barmhartigheid is die binnen het wettelijke kader wordt uitgeoefend.
Toepassing voor vandaag
Kruisverwijzingen
- Spreuken 3:27-28: Bevrijdt geld en hulp, maar zonder het kwaad of de obstakels bij de moeder in de zucht.
… Een korte verwijzing naar 2 Thessalonians 3:10 wijst erop dat werken en het ontvangen van hulp in balans dienen te zijn; het vers benadrukt niet vrijblijvend afhankelijk te worden.
- Leviticus 19:9-10: De regels over de armen en een zachte aanpak bij de oogst tonen dezelfde zorgstructuur.
Deze verwijzingen illustreren het principe: hulp aan armen en reizigers moet plaatsvinden binnen de grenzen van recht en eerlijke omgang.
Samenvatting
Deuteronomium 23:25 leert een praktische, evenwichtige benadering van bezit en naastenliefde: anderen in nood mogen enige oogst nemen met de hand, maar de sikkel niet bewegen; zo blijft eigendom gerespecteerd terwijl medeleven getoond wordt. Dit onderstreept de bijbelse visie dat recht en barmhartigheid elkaar mogen ondersteunen binnen de gemeenschap van gelovigen.