Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 23:1 Deuteronomium 23:2 Deuteronomium 23:3 Deuteronomium 23:4 Deuteronomium 23:5 Deuteronomium 23:6 Deuteronomium 23:7 Deuteronomium 23:8 Deuteronomium 23:9 Deuteronomium 23:10 Deuteronomium 23:11 Deuteronomium 23:12 Deuteronomium 23:13 Deuteronomium 23:14 Deuteronomium 23:15 Deuteronomium 23:16 Deuteronomium 23:17 Deuteronomium 23:18 Deuteronomium 23:19 Deuteronomium 23:20 Deuteronomium 23:21 Deuteronomium 23:22 Deuteronomium 23:23 Deuteronomium 23:24 Deuteronomium 23:25



Waarom deze versmaat ertoe doet
Deuteronomium 23:16 wijst een buitengewone zorg uit voor de kwetsbare vreemdeling in Israël: een man die zich tijdelijk bij de gemeenschap ophoudt, mag niet onderdrukt of weggestuurd worden. Het woord “hij zal bij u blijven in het midden van u” benadrukt een veilige, gastvrije plek binnen de samenleving, zelfs wanneer iemand geen permanente status heeft. Voor een hedendaags lezerspubliek onderstreeent dit vers dat menselijke waardigheid en bescherming grenzen overstijgen, en dat de gemeente geroepen is om een toevlucht te bieden aan degenen die anders buiten de sociale orde zouden vallen.
Oorspronkelijke context
Deze verzen bevinden zich in een hoofdstuk waarin Mosjos wetten en morele verplichtingen worden uiteengezet ter bevordering van rechtvaardigheid in de nasleep van de uittocht uit Egypte. De uitdrukking “in het midden van u” duidt op een onderling zorgverband: zelfs wie grensoverschrijdend is, zoals vreemdeling of reiziger, dient te worden opgenomen en beschermd. De bepaling verbindt juridische orde met compassie, zodat de zorg voor het kwetsbare hart van de Israëlitische samenleving blijft functioneren als een teken van trouw aan God.
Hoofdboodschap
Het centrale gebod is eenvoudig maar krachtig: een vreemdeling die zich naar uw poorten begeeft, mag niet worden verdreven of onderdrukt. De gemeenschap mag geen wreedheid bedrijven jegens iemand die buiten de eigen stam staat, maar moet hem ruimte geven om te blijven en zich te voegen naar zijn omstandigheden. Het benadrukt dat Gods volk een werkelijke veiligheid en menswaardigheid moet tonen, ook als er tijdelijk een ander in het midden van de strafbaarheden aanwezig is.
Thematische verbindingen
Cross-referenties (korte toelichting)
- Leviticus 19:33-34: Godse wet vraagt hetzelfde respect en zorg aan vreemdelingen als aan eigen landgenoten, en rekent uitdrukkelijk op vriendelijke behandeling.
- Psalm 146:9: God behartigt de rechten van de kwetsbaren en beschermt de reizigers, een thema dat doorloopt in de Deuteronomium-regels.
- Hooglied of Rijksoverwegen verwijst niet direct, maar benadrukt telkens dat ware gemeenschap in God’s ogen leidt tot zorg voor wie kwetsbaar is.
Toepassing en devotionele overdenking
Dit vers roept op tot handelen met mildheid in een diverse wereld. De oproep is niet slechts een civiele regel, maar een theologisch getuigenis: een gemeenschap die dezelfde zorg en veiligheid biedt als diegene die God voor Zijn volk wil. Voor christenen vandaag blijft de kern hetzelfde: stimuleer gastvrijheid, voorkom onderdrukking, en wees een plek van veiligheid voor degenen die tijdelijk in onze poort komen.
Samenvatting
Het gebod om een vreemdeling die zich bij u bevindt te laten blijven, en niet te verdrukken, weerspiegelt een goddelijke norm van gerechtigheid, menswaardigheid en gastvrijheid. Het nodigt uit tot voortdurende waakzaamheid tegen uitsluiting en tot praktische zorg voor de reiziger en de vreemdeling onder de gemeenschap.
Noemt korte citaten van Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke zijn aanwezig indien mogelijk.