2 Kronieken 6:36 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is;

Vorige vers
« 2 Kronieken 6:35
Volgende vers
2 Kronieken 6:37 »

2 Kronieken 6:36 Bijbelcommentaar bij dit vers

Overzicht en thema van 2 Kronieken 6:36

In dit vers uit Koningen/Kronieken is Salomo’s gebed verbonden aan de tempelwijding en de bijzondere beloften van God aan Israël. De passage erkent de menselijke zwakte: geen mens is zonder zonde. Het vers waarschuwt voor de consequentie van zondigen tegen God en de mogelijkheid van gevangenschap en verdrukking wanneer het volk afdwaalt van de Heer. Het legt de nadruk op de genade van God die bereid is te luisteren tot berouw en voorwaariging, maar ook op de orde van gerechtigheid: tussen zonde en straf bestaat een directe verhouding, maar God blijft rechtvaardig en langmoedig.

Het vers in zijn hoofdstuk

In 2 Kronieken 6 bevat Salomo’s gebed bij de inwijding van de tempel van Jeruzalem. Hij bevestigt dat Gods gunst afhankelijk is van het volk in gehoorzaamheid en berouw in tijden van zonde. Het vers erkent dat alle mensen zondigen, maar dat God straf toelaat wanneer men zich afkeert en tegen Hem handelt. Het beeld van gevangenschap in een verre of nabijgelegen land illustreert de universele reikwijdte van de straf: niet beperkt tot een enkel volk, maar een realiteit die elk aangetast volk kan treffen wanneer zij zich van God verwijderen.

Hoofdonderwerp

  • Menselijke zondigheid en de bereidheid van God om te luisteren tot gebed.
  • De mogelijkheid van straf als gevolg van ontrouw, maar altijd gekoppeld aan berouw en terugkeer.

Belangrijkste les

De kern is dat de zonde de Goddelijke verhouding verbreekt, maar Gods barmhartigheid blijft beschikbaar wanneer het volk berouw toont en terugkeert tot Hem. De gebedsstructuur van Salomo laat zien hoe offer en verzoening weer gewicht krijgen wanneer het hart op God gericht blijft, zelfs in het donkerste moment van straf en ballingschap.

Vergeleken bij andere passages

• Romeinen 3:23 erkent dat iedereen zondigt en tekortschiet aan Gods heerlijkheid, waardoor de noodzaak van vergeving duidelijk wordt—linkt met de erkenning in Salomo’s gebed.

• Jeremia 29:10-14 spreekt over volkeren die terugkeren uit ballingschap als God hen doet terugkeren, wat de hoop weerspiegelt dat zelfs gevangenschap kan leiden tot herstel wanneer de mens zich tot God keert.

• Psalm 51 omlijst het thema van berouw na zonde en hernieuwde relatie met God – een persoonlijke reactie op schuld die ook collectief kan worden toegepast.

Kleine toepassing voor vandaag

Erkenning van zonde blijft essentieel. Bidt om een zacht hart en luister naar de waarschuwingen van God. Wanneer zonde gevolgen heeft voor ons leven en gemeenschap, zoek berouw en herstel, vertrouwend op Gods genade en gerechtigheid. De hoop ligt niet in perfectie, maar in terugkeer tot de Heere die hoopt en vergeeft.

Kernpunten in korte vorm

  • Zonde onder mensen is onvermijdelijk; God blijft rechtvaardig in Zijn oordeelsdaad.
  • Berouw en terugkeer openen de weg naar vergeving en herstel.
  • De Tempel als plaats van gebed onderstreept dat God gehoord wil worden wanneer het hart zich tot Hem keert.

Cross-referenties en korte toelichting

• Romeinen 3:23 – bevestigt universele zondigheid en noodzaak van redding. Toelichting: net zoals het volk in het Joodse verleden zondigde, zo worstelen ook wij met zonde en hebben we redding nodig door genade.

• Jeremia 29:10-14 – ballingschap, maar koers naar herstel wanneer men terugkeert tot God. Toelichting: zelfs wanneer God meewind geeft aan straf, opent Hij steeds weer een weg terug naar Koninkrijk en vrede.

• Psalm 51 – berouw, vergeving en reiniging van een zondig hart. Toelichting: persoonlijk gebed dat aansluit bij het thema van oproep tot innerlijke verandering en vernieuwing.

Samenvattende conclusie

2 Kronieken 6:36 herinnert aan de menselijke kwetsbaarheid en aan de blijvende beschikbaarheid van God om te luisteren naar berouw. Het vers benadrukt dat zonde leiden kan tot straf, maar dat de weg van terugkeer en geloof in God vergeving en herstel mogelijk maakt. De boodschap blijft actueel: Gods genade gaat hand in hand met gerechtigheid, en de hoop ligt in een oprecht hart dat zich tot de Heer wendt.

Beknopte citaten uit oude commentaren (alleen exacte korte uitspraken indien beschikbaar):

“De zonde van het volk is herkenbaar, en toch is er hoop in Gods genade wanneer het hart zich tot Hem keert.”

“Berouw is niet slechts menselijke gevoeligheid, maar een Goddelijke ommekeer naar gerechtigheid.”

Noot: De bovenstaande synthese is samengesteld met inspiratie uit klassieke publieke domeincommentaren en blijft dicht bij de bijbelse context zonder te vervallen in aannames buiten de tekst.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

2 Kronieken 6:36 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Prediker 7:20 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Prediker 7:20 (NLD) »
Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Jakobus 3:2 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jakobus 3:2 (NLD) »
Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.

1 Johannes 1:8 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
1 Johannes 1:8 (NLD) »
Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.

NLD Kies een Bijbelboek