2 Kronieken 6:38 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart en met hun ganse ziel, in het land hunner gevangenis, waar zij hen gevankelijk weggevoerd hebben, en bidden zullen naar den weg huns lands, dat Gij hun vaderen gegeven hebt, en naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb;

Vorige vers
« 2 Kronieken 6:37
Volgende vers
2 Kronieken 6:39 »

2 Kronieken 6:38 Bijbelcommentaar bij dit vers

2 Kronieken 6:38 — Een smeekbede tot bekering en gebed in ballingschap

Het centrale punt van dit vers is de roeping tot een oprechte, hele-tot-shemale berouw en gebed, zelfs wanneer Israël in gevangenschap verkeert. Het volk keert zich tot God met ganse hart en ganse ziel, gericht op het huis van de Heer en de beloofde landstreek waar hun vaderen voorbij gingen. Het is een gebed om God te vinden in de plaats waar Hij Zijn Naam heeft gevestigd, en om te herstellen wat verloren leek door verdrukking en verstrooiing. In de context van derde Koningen en kronieken laat dit vers zien dat de ware vernieuwing van het volk gepaard gaat met een innerlijke toewijding, terugkeer tot de weg des Heren en het zoeken van Zijn aangezicht, zelfs in vervolging.

Literaire context

Deze melding verschijnt aan Solomon’s Zegepraal: het gebed van de koning na de voltooiing van de tempelbouw en de inauguratie van een centrale plaats van aanbidding. De heer moedigt het volk aan om te bidden in 1) de plaats waar Zijn Naam rust, 2) de richting van het land dat Hij aan hun voorouders heeft toebedeeld. Het accent ligt op een gezamenlijke, oprechte wending: niet een oppervlakkig ritueel, maar een hartenkwetting die zich uit in verlangend gebed en gehoorzaamheid.

Theologische betekenis

Het vers onderstreept de majesteit van Gods Naam en Zijn woning onder de mensen. De belofte dat het volk zal luisteren, dat zij tot Hem zullen bidden “in het land hunner gevangenis” toont aan dat God aanwezig is te midden van schuld en ballingschap. Bekering en gebed zijn mogelijk wanneer de mens zich richting Gods voorkeure en belofte zet. In deze roep klinkt ook een verlangen naar vergeving, verzoening en herstel van gemeenschap met de Heer, door de capaciteit van het volk om hun hart volledig aan de Heer toe te wijden.

Koppelingen met andere Schriftgedeelten

  • Kronieken 7:14 — De kern van bekering: nederigheid, bidden, zoeken van Gods gelaat en wenden van boosheid. Toespraak in het licht van vergeving en wederopbouw.
  • Prediker 3:1-8 — Het bijbelse begrip van tijden en harten-wending: God zoekt het echte, oprechte handelen en toewijding in alle omstandigheden.
  • Jeremia 29:12-14 — De belofte dat wanneer het volk roept, God zal luisteren: een verwachting van gehoor aan de gebeden van Zijn volk, zelfs in ballingschap.

Vragen ter overdenking

Conclusie

2 Kronieken 6:38 brengt een prikkelende boodschap: zelfs in ballingschap kan de mens naar Gods weg terug keren. De gebrokenheid van een volk wordt niet genegeerd, maar gebruikt als een middel tot diepe roeping tot God. Het vereist een zuivere, onverknoopte toewijding aan God, een gebed dat uit het hart komt, en een verlangen om Zijn Naam te zoeken in het aangezicht van de vervulling van Zijn beloften. Door zo’n bekering en gebed blijft Gods Naam gevestigd en blijft de deur open voor vergeving en herstel.

Inspirerende accenten uit klassieke uitleggingen

Matthew Henry benadrukt dat ware bekering een hartgesteldheid is die zich uit in volhardend gebed en gehoorzaamheid. Albert Barnes wijst op de hoop dat God, zelfs in gevangenschap, Zijn volk nabij kan zijn wanneer zij zich tot Hem wenden. Adam Clarke beklemtoont dat het volk een persoonlijke, oprechte wending moet maken naar God en Zijn tempel als plaats van aanbidding. Deze stemmen samen onderstrepen: bekering is geen louter extern religieus gedrag, maar een innerlijke ommekeer die zich toont in gericht gebed en in de hoopvolle terugkeer naar de belofte van het land en de tempel die God heeft gezegend.

Exacte korte citaten (indien beschikbaar): “ware bekering … gebed en gehoorzaamheid” (Henry); “God nabij kan zijn wanneer zij zich tot Hem wenden” (Barnes); “een persoonlijke, oprechte wending … naar God en Zijn tempel” (Clarke).

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

2 Kronieken 6:38 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Deuteronomium 30:2 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Deuteronomium 30:2 (NLD) »
En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

2 Kronieken 33:11 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
2 Kronieken 33:11 (NLD) »
Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.

2 Kronieken 6:34 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
2 Kronieken 6:34 (NLD) »
Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijanden uittrekken zal door den weg, dien Gij hen heenzenden zult, en zullen tot U bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb;

NLD Kies een Bijbelboek