Prediker 7:20 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Vorige vers
« Prediker 7:19
Volgende vers
Prediker 7:21 »

Prediker 7:20 Bijbelcommentaar bij dit vers

Prediker 7:20 — Een mens op aarde is nooit geheel rechtvaardig

: De tekst stelt vast dat niemand op aarde is die constant rechtvaardig handelt en nooit zondigt. Het wijst op de menselijke gebrokenheid en de onmogelijkheid van volmaaktheid in dit bestaan.

Achtergrond en context

Prediker (Kohelet) schrijft vanuit een observatie van de vergankelijkheid en de menselijke neigingen naar dwaasheid en fouten. Het vers volgt de regelmatige Kohelet-gedachte dat wijsheid en genieten tijdelijke beloften dragen, maar dat er ook tekortkomingen zijn in elke mens. De uitspraak dient als een realistische constatatie, geen pessimistische uiteenzetting, maar een voorbereidende randvoorwaarde voor een zoektocht naar zin en wijsheid in het leven onder Gods schepping.

Interpretatieve aantekeningen

  • De kwaal van de mens is niet een enkele zonde, maar een constant patroon: niemand volmaakt rechtvaardig te noemen op aarde. Dit verhindert zelfverzekerd vertrouwen op eigen verdiensten.
  • Kohelet zet hiermee de ruimte vrij voor afhankelijkheid van Gods genade en een verantwoorde wandel in wijsheid: erkennen wat men niet is, leidt tot nederigheid en een zoektocht naar Goddelijke leiding.

Thematische samenvatting

  1. Niet menselijk rechtvaardig op aarde.
  2. Realistische erkenning van gebrokenheid als begin van ware wijsheid.
  3. Bevordering van nederige afhankelijkheid van God en zijn genade.

Verbanden met andere bijbelteksten

Cross-referenties en kort begrip van verbindingen:

  • Romeinen 3:10-12 — De apostel herkauwt een vergelijkbare conclusie over de menselijke toestand: er is niemand rechtvaardig, zelfs niet één. Dit duidt op universele nood tot verlossing en rechtvaardiging uit genade.
  • Jakobus 3:2 — Uitdrukking van menselijke tekortkomingen in handelen; zelfs een vele goede werken kunnen niet volkomen zijn zonder geneigdheid tot zonde. Dit ondersteunt het Kohelet-idee dat volmaaktheid ontbreekt in de huidige conditie.
  • Prediker 4:8 — Een mens die alleen is en geen broederschap heeft, ervaart ook de gebrokenheid van het bestaan; dit verheldert de thema’s van eenzaamheidsval en menselijke tekortkoming.

Korte toelichting bij de verwijzingen: De verwijzingen onderstrepen dat de menselijke tekortkoming een consistent thema is die zowel het Oude als het Nieuwe Testament doorkruist, en dat ware hoop ligt in Goddelijke genade en wijsheid in het leven met God.

Toepassing voor vandaag: erken uw eigen gebrokenheid en zoek naar christelijke hoop in afhankelijkheid van God. Leef met nederigheid, laat vreugde in wijsheid leiden en vertrouw op Gods genade, die vergeving en vernieuwde wandel schenkt.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Prediker 7:20 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Romeinen 3:23 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Romeinen 3:23 (NLD) »
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;

Jesaja 53:6 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jesaja 53:6 (NLD) »
Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

1 Koningen 8:46 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
1 Koningen 8:46 (NLD) »
Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is.

NLD Kies een Bijbelboek