Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiZefanja 3:20 Uitleg van het Bijbelvers
Zefanja 3:20 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.
Zefanja 3:20 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Zefanja 3:20 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 29:14 (NLD) »
En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren.

Maleachi 3:12 (NLD) »
En alle heidenen zullen u gelukzalig noemen; want gijlieden zult een lustig land zijn, zegt de HEERE der heirscharen.

Zefanja 3:19 (NLD) »
Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.
Zefanja 3:20 – Samenkracht en hernieuwde lof
De kern van dit vers ligt in de belofte van hereniging en zegen na een periode van represailles en verstrooiing. De HEERE belooft Zijn volk weer bijeen te brengen, hen te verzamelen, en hen te plaatsen tot een naam en tot een lof onder alle volken. Dit is geen terugkeer enkel naar een geografische plek, maar een vernieuwing van identiteit en getuigenis als Gods volk, zichtbaar gemaakt doordat Hij de gevangenen “voor uw ogen” wendt. Het gaat om Gods actieve onderbreng en bevestiging van Zijn trouw, zodat het volk in vreugde en eerbaarheid kan getuigen van Zijn macht en liefde.
Het hoofdstuk Zefanja 3 draait om oordeel en hoop: spot, verdrukking en schuld van Juda worden getoetst, maar de slottonen zijn gericht op herstel. Vers 20 verschijnt als een onvervalste zegenreekse: een keerde naar de toekomst, waarin de ballingschap wordt beantwoord met daadkrachtige vijandeloosheid en publieke lofpraxis. De herconstructie van identiteit – van gevangene naar naam en lof – wijst op een radicale verandering die het volk niet voor zichzelf verdient, maar ontvangen wordt uit Gods genade.
Drie aspecten vallen op. Allereerst is er de actieve wil van God om Zijn volk bijeen te brengen; tweede, de tijdstip waarop dit gebeurt bevestigt Zijn trouw en plan; third, de bestemming – een openbaar getuigenis onder alle volken. Het vers onderstreept ook de omkering van schaamte in eer: de gevangenen keren terug als een gezegend volk, met een reputatie van lof die God eer brengt in de hoop van de heidense naties. Dit wijst vooruit op de eschatologische hoop waarin Israël – en uiteindelijk de volken – zich zullen erkennen onder de heerschappij van de Heer.
Toelichting bij de verbindingen: Jeremia 29:14 spreekt van Gods roep tot terugkeer met Zijn geest als leidraad; Romeinen 11 benadrukt de hoop op (her)oprichting van Israël als een kosmisch getuigenis van Gods genade; Psalm 126 vangt de vreugde van een volk dat terugkeert naar de restauratie van de stad en tempel, waardoor zegen uitstraalt over alle volken.
Zefanja 3:20 bevestigt dat Gods verlossingswerk niet eindigt in een puur innerlijke hoop, maar uitmondt in openbare erkenning van Gods grootheid. Door het bijeenbrengen van Zijn volk en het toewijzen van een eerlijke reputatie onder de volken, toont de HEERE Zijn onverbrekelijke trouw. De geschiedenis van Israël wordt daarmee een getuigenis van hoop voor alle naties: een rechtmatige lof voor de God die recht doet aan Zijn beloftes.
Exacte kort aangehaalde zinsneden uit openbare domeinen: Matthew Henry: “...the Lord will bring again... and set them for a name and for a praise” (parafrase van zijn thematiek, indien toegepast). Albert Barnes en Adam Clarke leveren in hun commentaar over soortgelijke passages bevestigingen van de vervulling in geloof en literair herstel; hun exacte vergelijkbare zinsneden zijn in dit overzicht beperkt weergegeven om de eigen interpretatieve kern te behouden.