Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiZefanja 3:11 Uitleg van het Bijbelvers
Zefanja 3:11 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.
Zefanja 3:11 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Zefanja 3:11 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jesaja 54:4 (NLD) »
Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.

Jesaja 11:9 (NLD) »
Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.

Joël 2:26 (NLD) »
En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid.
Zefanïa 3:11 — onmiddellijke setting en belofte
De verzen die voorafgaan aan dit handelingrijke beeld schilderen een troosteloze toestand van Jeruzalem: onreine, verstoorde troepen, en een volk dat zichzelf opdringt langs eigen hovaardij. In dit vers wordt duidelijk wat God in een ogenblik aan Zijn volk kan ontnemen en hoe Hij de trots van harten verbreekt. Zefanja spreekt niet uitsluitend over straf, maar over rechtmatige correctie van een volk dat zich van God heeft afgewend en zich beroemt op eigen macht en rijkdom.
Wat de tekst onthult over God en het geloof
De passage toont een God die ernstig is over trouw en heiligheid en die ingrijpt wanneer Zijn wil wordt overtreden. Hij belooft in het middelpunt van de gemeenschap te roepen wat trots en vreugde over zonden zijn: die hovaardij die een stiekeme verheerlijking van eigen macht aantoont, zal plaats maken voor erkenning van God’s heiligheid. Zo’n ingrijpen vereist geen publieke straf, maar een zuivering van een volk dat bij zichzelf zoekt wat alleen God toekomt.
Belangrijke termen en beelden
Verbindingen met andere delen van de Schrift
Cross-referenties helpen het begrip te fundamenten:
Toepassing voor vandaag
Deze verzen waarschuwen ons tegen trots die zich verschuilt achter religieuze formaliteit of eigen successen. God zoekt ware bekering: een nederige erkenning van zonde, en een toegewijde gehoorzaamheid aan Zijn heilige wil. Gemeentes en kerken kunnen deze boodschap toepassen door zelfonderzoek en door de hereniging van wachten op Gods leiding in plaats van eigen strategieën. Het is een oproep tot zuivering van hart en gemeenschap, zodat vreugde wederom gegrond wordt in God en Zijn dienst.
Samenvatting uit de oude wijsheid
Uit de overlevering van de grote commentatoren klinkt een eenduidig geluid: God handelt gericht tegen trots die Gods eer ondermijnt, en Hij schenkt herstel aan wie zich voor Hem buigt. Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke benadrukken elk dat de ware vreugde van het volk niet uit schuldenloze macht, maar uit gehoorzaamheid aan Gods heilige wil komt. Henry onderstreept dat God de zelfgenoegzaamheid van het volk walgt en vervolgens de kalmte van zonde verdraagt niet langer. Barnes ziet in de belofte een diepe verzoening: vernedering van het volk leidt tot hernieuwde gemeenschap met God. Clarke voegt toe dat Gods berg, Gods heilige woonplaats, nooit kan worden gezuiverd door menselijke hoogmoed, maar door Goddelijke genade die de harten reinigt.
Quotums van de auteurs (waar beschikbaar): Matthew Henry: “... smartly rebuked for their pride”; Albert Barnes: “God will purge the people of their pride”; Adam Clarke: “The Lord shall cut off the expiring roots of haughtiness.”