Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 3:1 Spreuken 3:2 Spreuken 3:3 Spreuken 3:4 Spreuken 3:5 Spreuken 3:6 Spreuken 3:7 Spreuken 3:8 Spreuken 3:9 Spreuken 3:10 Spreuken 3:11 Spreuken 3:12 Spreuken 3:13 Spreuken 3:14 Spreuken 3:15 Spreuken 3:16 Spreuken 3:17 Spreuken 3:18 Spreuken 3:19 Spreuken 3:20 Spreuken 3:21 Spreuken 3:22 Spreuken 3:23 Spreuken 3:24 Spreuken 3:25 Spreuken 3:26 Spreuken 3:27 Spreuken 3:28 Spreuken 3:29 Spreuken 3:30 Spreuken 3:31 Spreuken 3:32 Spreuken 3:33 Spreuken 3:34 Spreuken 3:35



Spreuken 3:29
In deze spreuk onderstreept Salomo het belang van welwillend en verantwoord handelen ten opzichte van de naaste. Het vers plaatst ons midden in een leefwereld waarin onderlinge relaties het fundament vormen voor een betrouwbare gemeenschap. De aanmaning om geen kwaad te spreken of te doen tegen iemand die dichtbij ons woont of bij ons in vertrouwen is, roept op tot voorzichtigheid, integriteit en trouw in de dagelijkse omgang.
Kernbetekenis in context
Vrij vertaald luidt de weektekst: “Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.” In Spreuken wordt vaak het belang van wijsheid gekoppeld aan sociale relaties. Een kwaadbedoelde handeling of het fluisteren van onwaarheden tegen iemand die in jouw kring werkt of vertrouwt, beschadigt niet alleen die persoon maar destabiliseert ook de onderlinge afhankelijkheid die nodig is voor een rechtvaardige samenleving. Salomo wijst hier op de onmiddellijke verantwoordelijkheid die elke mens heeft: wat je doet en zegt over een naaste, heeft directe gevolgen voor de vrede en veiligheid van het gemeenschapsleven.
Drie centrale thema’s
Toepasselijke thema’s en cross-referenties
• Efeziërs 4:29–31 moedigt aan tot geneigde taal en het vermijden van bitterheid en roddel, zodat de gemeenschap opbouwt in opbouwende woorden.
• Romeinen 12:17–19 roept op tot het niet terugbetalen van kwaad met kwaad, maar tot rechtvaardig en vredelievend handelen ten opzichte van iedereen.
• Spreuken 11:13 benadrukt het belang van vertrouwelijkheid en waakzaamheid bij wat wordt uitgesproken over anderen.
Praktische overdenking
Bedien anderen met eerbied en zwijg waar nodig; onderhoud vertrouwen door waarheidsgetrouwe en bemoedigende taal. Sta stil bij wat je zegt over een collega, buur en familielid. Als twijfel bestaat of iets kwaad kan doen, kies dan voor stilte of een waarachtige waarschuwing in liefde, om zo het algehele welzijn van de gemeenschap te beschermen.
Verbinding met klassieke commentaren
Mattheüs Henry benadrukt meestal dat wijsheid afweegt wat men zegt en doet om zo onrecht of beroering te voorkomen. Adam Clarke wijst erop dat het vermijden van kwaad tegenover de naaste een teken is van ware vroomheid die zich uit in praktische rechtvaardigheid. Albert Barnes vult aan dat de spreuk de harde realiteit adresseert dat vertrouwensrelaties broos zijn en hersteld moeten worden door eerlijke en zachtmoedige omgang. In al deze tijden ligt de nadruk op gehoorzaamheid aan God door zorgvuldige omgang met mensen rondom ons.
Concluderend overzicht
Smeed geen kwaad tegen uw naaste; bewaak het vertrouwen en de vrede die sociale verbindingen dragen. Een eenvoudige regel met grote impact: wat je zegt en doet tegen hen die bij je wonen of met wie je bent verbonden, bepaalt de gezondheid van je gemeenschap en de onderlinge relaties waarin je leven deelt.