Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 19:1 Spreuken 19:2 Spreuken 19:3 Spreuken 19:4 Spreuken 19:5 Spreuken 19:6 Spreuken 19:7 Spreuken 19:8 Spreuken 19:9 Spreuken 19:10 Spreuken 19:11 Spreuken 19:12 Spreuken 19:13 Spreuken 19:14 Spreuken 19:15 Spreuken 19:16 Spreuken 19:17 Spreuken 19:18 Spreuken 19:19 Spreuken 19:20 Spreuken 19:21 Spreuken 19:22 Spreuken 19:23 Spreuken 19:24 Spreuken 19:25 Spreuken 19:26 Spreuken 19:27 Spreuken 19:28 Spreuken 19:29



Spreuken 19:24 (NLD): Een luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn mond brengen.
Setting en toon: Dit korte, scherpe beeld uit Spreuken plaatst een alledaags beeld in een moreel licht. Een luiaard, iemand die nauwelijks actie onderneemt, laat zijn hand in zijn boezem terwijl hij niet tot arbeid of hulp zoekt. De spreuk wijst daarmee op de verstarring van luiheid en de koppige weigering om inspanning te leveren, zelfs als kansen zich aandienen. Het beeld is bedoeld om de lezer wakker te schudden: gemak en complacentie leiden tot gebrek aan voorzienigheid en verantwoordelijkheid.
Wat dit over God of het geloof onthult
In de Schrift wordt arbeid doorgaans verbonden aan wijsheid en zorgvuldigheid die God schenkt. Door de luiaard te beschrijven als iemand die uiteindelijk niet eens zijn mond kan openen, wordt de ernst van nalatigheid benadrukt: God verlangt dat mensen actief handelen in het licht van Zijn voorzienigheid. De spreuk suggereert dat God orde en toewijding waardeert; Hij behandelt degenen die hun talenten willen inzetten en kansen benutten met zegen en vertrouwen. Luiheid wordt als een gebrek aan trouw tegenover de roeping die God aan ieder mens geeft, gezien in het dagelijkse werk en in de zorg voor anderen.
Belangrijke woorden en beelden verduidelijkt
Relaties met andere bijbelteksten
- Vergelijking met Prediker 9:11, waar het inzicht opgaat dat tijd en kans soms aan de snelle en verstandige toekomen, niet uitsluitend aan de sterkste. De spreuk zet dit principe in een concreet beeld van inactiviteit.
- Voorbeeld van arbeid en verantwoordelijkheid in Spreuken 6:6-11, waar de harde waarschuwing tegen luie mensenleden wordt uitgebreid tot praktische lessen over planning en inspanning.
- Job 7:1-2 benadrukt ook de menselijke arbeid en de roeping tot orde en zorging, waarmee de urgente vraag naar trouw in dagelijkse taken wordt verbonden met goddelijke orde.
Historische en literaire noten (selectief)
Bijbelcommentatoren zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke onderstrepen de kernboodschap: luiheid verzwakt de zeden en de zekerheid van voorziening die God schenkt door inzet en wijs werk. Een kerninzage van Clarke is dat de spreuk waarschuwt tegen een permanente inactiviteit die uiteindelijk leidt tot gebrek aan hulp of kansen.
Kerngedachte en toepassing voor vandaag
De verzen roepen op tot waakzaamheid tegen eigenwillige luiheid. De tekst leert ons dat inactiviteit niet onschuldig is; het kan kansen en middelen missen die God op een dag aanbiedt. Praktische toepassing:
Samenvattend wijst Spreuken 19:24 op de zinloosheid van inactiviteit. Door actief te leven in gehoorzaamheid aan God en in zorg voor anderen, weerspiegelt men de roeping tot wijsheid en betrouwbaarheid die in de Schrift wordt gepredikt.
Opmerking over korte citaten uit oude commentaren: Enkele zinsneden uit Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke zijn verwerkt in deze samenvatting. Nog steeds worden hun kernpunten herkend: luiheid ondermijnt waakzaamheid en legt verantwoordelijkheid en voorziening in gevaar.