Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiNehemia 1:7 Uitleg van het Bijbelvers
Nehemia 1:7 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt.
Nehemia 1:7 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Nehemia 1:7 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Daniël 9:5 (NLD) »
Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.

Daniël 9:11 (NLD) »
Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.

Daniël 9:13 (NLD) »
Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
In Nehemia 1 beklaagt Nehemia zich over het volk en zijn familie in ballingschap en zijn vaderhuis. De gevraagde versimpelt een algemene bekentenis: het volk heeft God gezweg “ganselijk tegen U verdorven” en heeft de geboden, inzettingen en rechten die Mozes van God ontving, niet gehouden. Dit vers ligt in het kader van Nehemia’s gebed tot God om genade en herstel van Jeruzalem. Het wijst op collectieve schuld en de ernst van het breken van de wet zoals gegeven door Mozes, die centraal stond in het Israëlite verbond.
Het vers legt vast dat het volk niet slechts afweek van een enkele bepaling, maar de totale samenhang van de wet – geboden, inzettingen en rechten – veronachtzaamde. De spreuk “Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven” laat zien dat de zonde niet louter individualistisch is, maar een collectieve breuk met God weerspiegelt. Dit behelst zowel moreel handelen (geboden) als liturgische en juridische verplichtingen (inzettingen en rechten) die structuur gaven aan het leven als verbondsvolk. Nehemia zet hiermee de ernst van de situatie uiteen: het volk heeft de basis van de verbondskern verlaten.
- De herinnering aan de verbondsgeboden in Deuteronomium benadrukt dat gehoorzaamheid aan wetten en voorschriften deel uitmaakt van het verbond. Een leidraad voor hoe het volk zich had moeten richten tot God.
- Ezra 9–10 en Nehemia 9–10 tonen soortgelijke bekentenissen, waarin het volk erkent dat zij zich hebben afgekeerd van Gods geboden en vervolgens stappen zetten tot correctie en vernieuwing van het verbond.
- Psalm 51 brengt het besef van schuld en de noodzaak van berouw naar voren als persoonlijke en publieke bekering voor het herstellen van gemeenschap met God.
Het vers herinnert aan de ernst van zonde als collectieve misstap die de relatie met God schaadt. In het moderne geloof kan dit ons aanzetten tot nederig gebed, het erkennen van fouten in ons gemeenschap en het heroriënteren van ons leven naar de belofte van gehoorzaamheid aan Gods Woord.
- Deuteronomium 28:1–2, 15: belijdenis van gehoorzaamheid en de gevolgen bij afwijzing; een kader voor wat er gebeurt wanneer de wet wordt genegeerd.
- Ezra 9:6–15: een vergelijkbaar verslag van schuld en een roep om reiniging en vernieuwing van de communities.
- Psalm 19:13: smeekbede om zuiverheid van het hart en bescherming tegen zonden die woord of wet te niet doen.
1) Erken schuld: identificeer structurele gebreken in geloof en gemeenschap. 2) Vraag om vergeving: smeek tot God om genade en reiniging. 3) Herstelorde: werk aan concrete toewijding aan Gods inzettingen in dagelijkse leven en samenleving.
Toon van de oude commentarische traditie: Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke benadrukken in hun apparaat dat publieke schuldvoering een toonzetting is van ware berouw en dat gehoorzaamheid aan de wet centraal staat in het herstel van Gods gunst. Bekende korte uitspraak (uit de oude commentators): “Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven” illustreert de volle ernst van zonde tegen de Heere, en de oplossing ligt in berouw en gehoorzaamheid aan Zijn geboden.
Nehemia 1:7 legt samengevat uit dat het volk collectief schuld heeft aan het afwijzen van Gods verbondswet. De stap naar herstel vereist erkentelijkheid, smeekbede om vergeving en concrete toewijding aan de wet zoals Mozes ontvingen.