Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiNehemia 1:11 Uitleg van het Bijbelvers
Nehemia 1:11 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Ik nu was des konings schenker.
Nehemia 1:11 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Nehemia 1:11 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Nehemia 1:6 (NLD) »
Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.

Nehemia 2:8 (NLD) »
Ook een brief aan Asaf, den bewaarder van den lusthof, denwelken de koning heeft, dat hij mij hout geve om te zolderen de poorten van het paleis, dat aan het huis is, en tot den stadsmuur, en tot het huis, waar ik intrekken zal. En de koning gaf ze mij, naar de goede hand mijns Gods over mij.

Nehemia 2:1 (NLD) »
Toen geschiedde het in de maand Nisan, in het twintigste jaar van den koning Arthahsasta, als er wijn voor zijn aangezicht was, dat ik den wijn opnam, en gaf hem den koning; nu was ik nooit treurig geweest voor zijn aangezicht.
In Nehemia 1:11 uitspreekt Nehemia een ernstig en intiem gebed tot de Heer. Hij richt zich tot God als Deuwner, vraagend om aandacht voor zijn eigen gebed én het gebed van de dienaren die de Naam van God vrezen. Het vers legt een diepe verbondenheid tussen persoonlijke toewijding en gezamenlijk verlangen naar Gods gunst. Net als in het hoofdstuk gaat het niet om een toneelstuk maar om een daadwerkelijke stap van geloof in een landsvernieuwend moment.
In dit korte gebed erkent Nehemia eerst de gunnende aandacht van God: “Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen.” Vervolgens verzoekt hij om succes in de uitvoering van Gods werk: “en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans.” Ten slotte wijst hij erop dat hij als koningstroonkeeper (schenker) van de koning van Perzië nu een sleutelpositie heeft in de mogelijkheid om dit werk te doen.
De kern van dit vers is het samenspel van afhankelijkheid van God en de verantwoordelijkheid die uit een gegeven positie voortvloeit. Nehemia erkent dat ware kracht en succes van God afhangen, juist omdat de opdracht groot is en menselijke middelen beperkt zijn. Hij identificeert twee soorten gebed: individueel en collectief. Het gezamenlijk “vrezen van Uw Naam” laat zien dat ware missiegedreven inspanning een gedragen geloofsgemeenschap vereist. God’s gunst is niet automatisch, maar wordt gezocht door een oprechte houding van onderwerping en vertrouwen.
Wanneer wij voor grote taken of beslissingen staan, roept dit vers ons op tot: 1) een oprechte toewijding aan Gods Naam; 2) een collectieve gebedservaring waarin geestelijke waarachtigheid en afhankelijkheid samen komen; 3) vertrouwen dat God richting en gunst geeft aan het werk dat Zijn eer zoekt. De combinatie van persoonlijke ambitie en koninklijke verantwoordelijkheid kan vrucht dragen als we Zijn leiding zoeken en Zijn gunst verwachten, zelfs als de weg onzeker is.
Nehemia 1:11 brengt ons bij een duidelijke boodschap: lef in het aangezicht van grote taken gaat hand in hand met afhankelijkheid van God en een gemeenschap die Zijn Naam vreest. Het gebed opent de deur naar Gods genade en naar de voorziening voor het werk dat Hij ten volle toewijst. In het licht van deze passage leren we luisteren naar Gods gerichtheid en, met vol vertrouwen, handelen in het licht van Zijn barmhartigheid.
Quotation notes: Er is geen lange directe citaten uit Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke in dit overzicht. Uit openbare domeincommentaren kunnen wel kleine zinsneden ter illustratie genoemd worden; uit deze bron volgen geen volledige citaten hier. (Merk: exacte korte citaten uit deze bronnen worden alleen genoemd als expliciet aanwezig in de bronverzameling.)