Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Markus 10:1 Markus 10:2 Markus 10:3 Markus 10:4 Markus 10:5 Markus 10:6 Markus 10:7 Markus 10:8 Markus 10:9 Markus 10:10 Markus 10:11 Markus 10:12 Markus 10:13 Markus 10:14 Markus 10:15 Markus 10:16 Markus 10:17 Markus 10:18 Markus 10:19 Markus 10:20 Markus 10:21 Markus 10:22 Markus 10:23 Markus 10:24 Markus 10:25 Markus 10:26 Markus 10:27 Markus 10:28 Markus 10:29 Markus 10:30 Markus 10:31 Markus 10:32 Markus 10:33 Markus 10:34 Markus 10:35 Markus 10:36 Markus 10:37 Markus 10:38 Markus 10:39 Markus 10:40 Markus 10:41 Markus 10:42 Markus 10:43 Markus 10:44 Markus 10:45 Markus 10:46 Markus 10:47 Markus 10:48 Markus 10:49 Markus 10:50 Markus 10:51 Markus 10:52



Markus 10:51 (NLD) — "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?"
setting van het vers: Op weg naar Jericho zit Jezus nabij een blinde man, Bartimeüs, die aan de rand van de weg zit en schreeuwt om hulp. Jezus blijft stil en ziet dat de omstanders hem tot zwijgen brengen, maar als dezelfde Jezus tot hem spreekt, vraagt Hij: “Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” De blinde antwoordt eenvoudig: “Rabboni, dat ik ziende mag worden.” In deze vraag ligt een diepe uitnodiging verborgen: Jezus zoekt niet slechts naar een genezing, maar naar het geloof dat de genezing tot zending en lof van God leidt.
Wat de tekst onthult over God en geloof
De Heer is zowel genezer als gever van geloof. Zijn vraag opent de ruimte voor persoonlijk geloof en actie. Het antwoord van Bartimeüs is geen vaag smeken, maar een geloofsverklaring die Jezus erkent en waardeert: hij roept Hem als Rabboni, een meesterlijk en intiem aanduidende toon. Jezus reageert niet met klemtoon op zijn zonde of onzekerheid, maar met een bevel tot zicht: “Zijne ogen openen in het licht van het geloof.” Dit vers laat zien dat God redding en genezing schenkt als er vertrouwen is in Christus, en dat Jezus bereid is te luisteren naar het innigste verlangen van de mens.
Belangrijke woorden en beelden
Voorgaande en verwante passages
- Het namens God ontvouwen van geloof: bijvoorbeeld Jezus’ genezing van blinde mensen en Zijn opmerkingen over geloof dat het mogelijk maakt wat anders onmogelijk lijkt (bijv. Marcus 5, Marcus 8).
- Geloven als bevrijding: de roep om genezing is vaak ook een roep om vergeving en een hernieuwde relatie met Christus.
Kleine, nodige commentaar geïnspireerd door klassieke commentators
Mattheüs Henry benadrukt vaak dat de Heer luistert naar een oprecht verlangen van het hart en dat geloof de deur opent tot Goddelijke kracht. Albert Barnes wijst erop dat dit een moment is waarin geloof en bediening elkaar ontmoeten: Christus vraagt naar het doel, zodat Zijn genade gericht en doelbewust wordt toegepast. Adam Clarke licht toe dat Bartimeüs’ roepen in oprechtheid kwam, niet uit dwang, en dat de Heer aandacht schenkt aan een nederig, vol vertrouwen verzoek. In deze passage zien we bovendien een patroon: oproepen tot hulp volgen op een ontmoeting met Christus, die grote openbaring en menselijk geloof samenbrengt.
Toepassing voor vandaag
Wie zoekt naar genezing—of welke behoefte dan ook—mag de vraag van Jezus aan ons horen: Wat wilt gij dat Ik u doe? Laat ons echter antwoord geven uit het hart van het geloof, zoals Bartimeüs deed: met eerbied, toewijding en een duidelijke wens die wezenlijk is. Jezus levert geen half werk; Hij schenkt zicht, licht en richting aan allen die Hem vertrouwen. Zie dat het geloof dat zoekt, ook verantwoording neemt voor de genezing en het leven na genezing in Zijn dienst stelt.
Kruisverwijzingen
- Markus 5:22-34: geloof dat Jezus roept tot genezing en direct verhoord wordt.
- Markus 8:22-25: het zien wordt stap voor stap gewerkt; geloof komt met gehoorzaamheid.
- Johannes 9:1-12: zicht als symbool van visie in het geloof, niet slechts lichamelijk zien.
Samenvattend: Jezus’ vraag aan Bartimeüs onthult de kern van het geloof: openheid voor Zijn werk en erkenning van Hem als Meester. De genezing volgt als bevestiging van het vertrouwen dat God alle macht heeft om te zegenen en te leiden.