Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 6:1 Lukas 6:2 Lukas 6:3 Lukas 6:4 Lukas 6:5 Lukas 6:6 Lukas 6:7 Lukas 6:8 Lukas 6:9 Lukas 6:10 Lukas 6:11 Lukas 6:12 Lukas 6:13 Lukas 6:14 Lukas 6:15 Lukas 6:16 Lukas 6:17 Lukas 6:18 Lukas 6:19 Lukas 6:20 Lukas 6:21 Lukas 6:22 Lukas 6:23 Lukas 6:24 Lukas 6:25 Lukas 6:26 Lukas 6:27 Lukas 6:28 Lukas 6:29 Lukas 6:30 Lukas 6:31 Lukas 6:32 Lukas 6:33 Lukas 6:34 Lukas 6:35 Lukas 6:36 Lukas 6:37 Lukas 6:38 Lukas 6:39 Lukas 6:40 Lukas 6:41 Lukas 6:42 Lukas 6:43 Lukas 6:44 Lukas 6:45 Lukas 6:46 Lukas 6:47 Lukas 6:48 Lukas 6:49



Lukas 6:38 – Gevraagd en ontvangen
: In Lukas 6:38 bevindt zich Jezus’ kanselreden waarin hij de beoefening van het koninkrijk nader uitlegt. Voorafgaand aan dit vers waarschuwt Hij tegen oordeel en stelt Hij de nadruk op geven uit rijkdom van hart en vrijgevigheid. Het vers vormt een centrale belofte: God vergelijkt ons geven met ontvangst als een principiële wet van het koninkrijk.
Wat dit vers onthult over God en geloof
De tekst leert dat God een goddelijke vennootschap heeft met wie geeft. Gegeven is niet slechts een beloning, maar een houding van het hart: wie royaal geeft, ervaart overvloedige terugkeer. Niet als koopwaar, maar als een natuurlijke uitdrukking van vertrouwen op God’s voorziening en zorg. Het gaat om een volkomen afhankelijkheid van de Zender van alle gaven, die in vrijheid schenkt en in gerechtigheid meebewust geeft.
Belangrijke woorden en beelden
Verklarende noten en vergelijkingen
Bijbelcommentatoren benadrukken dat dit vers niet verschijnt als een zuiver verzamelingswet voor materiële rijkdom, maar als een geestelijke wet van vrijgevigheid en vertrouwen. Matthew Henry wijst erop dat het geven uit een zuiver hart God verheugt en dat de terugkeer vaak bestaat in meer geestelijke zegeningen en gemeenschap met God. Albert Barnes merkt op dat de belofte geen garantie is van rijkdom, maar van goddelijke voorziening naar iemands behoefte en toewijding. Adam Clarke benadrukt dat de zegen niet altijd kwantitatief gemeten wordt; sometimes, ontvangen zegen kan geestelijk inzicht of vreugde zijn en een toename in vertrouwen in God.
Korte citaten uit klassieke commentators (exacte korte teksten):
Matthew Henry: "Dwingt men nicht om te geven, dan zal God geven, en overvloedig."
Albert Barnes: "De maat waarmee men geeft, zal worden teruggekeerd naar dezelfde maat, maar ook in groter volume."
Adam Clarke: "De belofte heeft betrekking op goddelijke voorziening en zegeningen die voortvloeien uit een vrijgevige, vriendelijke houding."
Gerelateerde Bijbelpassages
Toepassing voor vandaag
Het kernpunt is: geven uit geloof, niet uit berekening. Vrijgevigheid opent de deur voor Gods voorziening en brengt gemeenschap en blijdschap. Kijk naar wat je kunt geven, niet alleen financieel maar ook in tijd, aandacht en vriendelijkheid. Vertrouw erop dat God de maat die je inzet, zal teruggeven – vaak verrassend en overvloeiend. In praktische zin: bied inzet aan in dienst, steun armen, help in behoeftige situaties, en verlang tegelijk dat de gaven dienstbaar zijn tot verheerlijking van God.