Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 6:1 Lukas 6:2 Lukas 6:3 Lukas 6:4 Lukas 6:5 Lukas 6:6 Lukas 6:7 Lukas 6:8 Lukas 6:9 Lukas 6:10 Lukas 6:11 Lukas 6:12 Lukas 6:13 Lukas 6:14 Lukas 6:15 Lukas 6:16 Lukas 6:17 Lukas 6:18 Lukas 6:19 Lukas 6:20 Lukas 6:21 Lukas 6:22 Lukas 6:23 Lukas 6:24 Lukas 6:25 Lukas 6:26 Lukas 6:27 Lukas 6:28 Lukas 6:29 Lukas 6:30 Lukas 6:31 Lukas 6:32 Lukas 6:33 Lukas 6:34 Lukas 6:35 Lukas 6:36 Lukas 6:37 Lukas 6:38 Lukas 6:39 Lukas 6:40 Lukas 6:41 Lukas 6:42 Lukas 6:43 Lukas 6:44 Lukas 6:45 Lukas 6:46 Lukas 6:47 Lukas 6:48 Lukas 6:49



Lukas 6:24 (NLD): “Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.”
Immediate setting: In Lukas 6:20-26 spreekt Jezus de zaligsprekingen en de ontnuchterende woorden over de komende omkeringen toe aan zijn leerlingen. Lukas plaatst deze raadgevingen in een toespraak die contrast laat zien tussen wie God nabij is en hoe de wereld haar eigen waarden aanhoudt. Hier richt Jezus zich specifiek tot degenen die rijkdom en welvaart als hun basis beschouwen. Vers 24 vormt de scharnier tussen de belofte voor de armsten en de waarschuwing voor de rijkeren.
Wat deze woorden onthullen over God en het geloof: Het woord “wee” is een ernstig beroep tot ernst en oorverdovende realiteit. Het benadrukt Gods oordeel over een houding van zelfgenoegzaamheid en vertrouwen op aardse troost. Het evangelie leert dat God de harten doorzoekt: zij die hun troost in rijkdommen zoeken, missen vaak de troost die uit hereniging met Christus springt. Toch is Gods roepen tot bekering geen enkelse blik op veroordeling, maar een uitnodiging tot omkering en afhankelijkheid van Zijn genade.
Belangrijke woorden en beelden:
Verklarende toelichtingen uit oude commentaren: - Matthew Henry benadrukt dat rijkdommen vaak een vorm van zelfrechtvaardiging en vertrouwen worden, waardoor de ziel de troost van God mist. - Albert Barnes wijst erop dat het aankijken van rijkdom als zekerheid de zielen kan verzwakken voor de werking van de Geest. - Adam Clarke ziet dit vers als een waarschuwing tegen de verarming van de ziel door wereldse winnende begeerten; rijkdom wordt niet op zichzelf veroordeeld, maar de houding erachter wel.
Korte kruisverbanden: - Lukas 6:20–23: de zaligsprekingen richten zich op de hoop van Goddelijke beloning voor de armen in gees en fysieke behoeften; de boodschap wordt hier in contrast gepresenteerd met de waarschuing voor de rijken. - Lukas 12:15: waarschuing tegen alle vormen van hebzucht en de zorg om menselijke rijkdom boven God te stellen. - Jakobus 5:1–5: verdere waarschuwing tegen onderdrukking van de armen door rijke welvaart, wat de dienst aan God ondermijnt.
Hedendaagse toepassing: - De les is tijdloos: veiligheid en vreugde komen niet voort uit wat de wereld deemstert als “roeping” en bezit, maar uit afhankelijkheid van God. Voor velen die de zekerheid van economische succes voelen, roept deze waarschuwing op tot introspectie: waar zoek ik mijn hoop mee? Zo niet in Christus, dan ontbreekt de ware troost, zelfs als aardse voorspoed aanwezig blijft. De tekst daagt gelovigen uit om rijkdommen te zien als bestemming voor dienst, en niet als einddoel van existentie.
Samenvatting: Lukas 6:24 waarschuwt voor het gevaar van zelfgenoegzaamheid te midden van rijkdom. God ziet naar het hart; wie zijn troost zoekt in aardse rijkdom, mist de blijvende troost die uit de relatie met Christus vloeit. De oproep is om troost en hoop te laten rusten op de Heer en zijn Koninkrijk, en rijkdommen te gebruiken ten goede van anderen en in dienst aan God.