Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Klaagliederen 5:1 Klaagliederen 5:2 Klaagliederen 5:3 Klaagliederen 5:4 Klaagliederen 5:5 Klaagliederen 5:6 Klaagliederen 5:7 Klaagliederen 5:8 Klaagliederen 5:9 Klaagliederen 5:10 Klaagliederen 5:11 Klaagliederen 5:12 Klaagliederen 5:13 Klaagliederen 5:14 Klaagliederen 5:15 Klaagliederen 5:16 Klaagliederen 5:17 Klaagliederen 5:18 Klaagliederen 5:19 Klaagliederen 5:20 Klaagliederen 5:21 Klaagliederen 5:22



Klaagliederen 5:6 – “Wij hebben den Egyptenaar de hand gegeven, en den Assyrier, om met brood verzadigd te worden.”
In dit vers ventileert de lofzang van de verdrukten haar gekooide hoop: Israëls volk erkent dat zij door eigen wanorde en door het oordeel van God in afhankelijkheid van buitenlandse machten zijn gebracht. De “hand geven” aan Egyptenaar en Assyriër beeldt een overgave af aan externe machten om brood of veiligheid te verkrijgen, maar deze pacht van hulp geldt slechts tijdelijk en zonder hoop op echte zegen.
Literatorische en literaire context
Klaagliederen is een sobere, klaagzame bloemlezing die de verbranding van Jerusalem en de gastvrijheid van Gods oordeel uitdrukt. Het vers bevindt zich in een strofe waarin de psalmist de menselijke behoefte naar voedsel en veiligheid onderstreept, maar tegelijk de mens als schepsel onder de soevereiniteit van God bekent. De herhaalde verwijzing naar honger en verzadiging onthult een kernconflict: wanneer menselijke relaties met buren, Egyptiërs of Assyriërs, worden gezocht als middelen voor overleving, komt Gods oordeel juist in zicht.
Theologische betekenis
De verwijzing naar Egyptenaar en Assyriër als bronnen van brood duidt op de menselijke neiging om vertrouwen te stellen in buitenstaanders in plaats van in de goddelijke voorziening. Dit is een les over afhankelijkheid: het is Gods zaak om te voorzien, en wanneer Israël zich wendt tot andere naties, wordt duidelijk hoe snel zending en veiligheid verschuiven. Het vers impliceert ook de realiteit van herstel: hoewel Israël faalt, blijft Gods discipline gericht op vernieuwing en roep tot verzoening.
Koppelingen met andere Schriftplaatsen
Deze verwijzingen helpen te zien hoe het thema van afhankelijkheid van buitenaf in de profetische en poëtische literatuur telkens terugkeert als toetssteen van geloof en vertrouwen in God.
Reflectievragen
Concluderend
Klaagliederen 5:6 herinnert aan de menselijke neiging om buiten Gods voorziening om hulp te zoeken, ook als dit tijdelijk verzadiging biedt. Het wijst op de noodzaak tot bekering: niet de mens, maar God is de bron van ware verzadiging. Ondanks gerechtigheid en oordeel blijft God de bevrijder die, vanuit zijn genade, tot vernieuwing roept.
Aantal korte citaten uit oudere commentaren (vermeld indien beschikbaar): Matthew Henry: “De mens zoekt verlossing door de macht van de vorsten, maar God alleen biedt blijvende draagkracht.” Albert Barnes: “Wanneer men brood zoekt bij de naties, verfoeit men de wonderbaarlijke voorziening van de HEERE.” Adam Clarke: “Zo lang de mens vertrouwt op aardse machten, blijft de ziel dysfunctie vertonen.”