Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Klaagliederen 5:1 Klaagliederen 5:2 Klaagliederen 5:3 Klaagliederen 5:4 Klaagliederen 5:5 Klaagliederen 5:6 Klaagliederen 5:7 Klaagliederen 5:8 Klaagliederen 5:9 Klaagliederen 5:10 Klaagliederen 5:11 Klaagliederen 5:12 Klaagliederen 5:13 Klaagliederen 5:14 Klaagliederen 5:15 Klaagliederen 5:16 Klaagliederen 5:17 Klaagliederen 5:18 Klaagliederen 5:19 Klaagliederen 5:20 Klaagliederen 5:21 Klaagliederen 5:22



Klaagliederen 5:14 (NLD): “De ouden houden op van de poort, de jongelingen van hun snarenspel.”
Contextuele setting: Dit vers sluit het pentje van klaagliederen af, een reeks van klachten over het vergaan van Jeruzalem en het volk. De beschrijving toont een samenleving die langzaam verlamd raakt: ouderen die hun gebruikelijke plek bij de poort verlaten en jongeren die hun speelsheid verliezen in het gevaarlijke bestaan. De poort is een plek van openbaar toezicht, rechtspraak en samenleven; het verlaten daarvan geeft een gevoel van verlies van orde en waardigheid aan. De toon is somber, maar er ligt ook een onderstroom van voorzichtig hoop dat het volk weer terugkeert tot zijn aanspreekpunten in het bestaan met God en elkaar.
Wat dit vers onthult over God of het geloof
Het vers leert ons niet direct over Gods beleid of gunst, maar roept wel een helder beeld op van zonde, oordeel en de gevolgen daarvan voor gemeenschap en identiteit. De verbroken orde in de stad is een teken van Gods toorn of zijn toestemmen in de verootmoediging van het volk; het wijst op de verantwoordelijkheid van leiders en burgers om de gemeenschap te bewaken en te onderhouden. In de klaagliederen wordt duidelijk dat God geen onverschillig oog heeft voor het welzijn van de samenleving; zijn toewijding aan gerechtigheid vereist dat de mensen in solidariteit en trouw blijven handelen, juist in tijden van verlies.
Een belangrijke les: wanneer de oudere generatie zijn toonaangevende rol verliest en jongeren hun vreugde in het leven verliezen, is dat een symptoom van verstarring van de morele orde. God roept op tot berouw en herstel; geloof verschijnt in het herstel van orde, vertrouwen en verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap.
Belangrijke woorden en beelden
Cross-referenties en korte uitleg
Toelichting bij de verwijzingen: Deze verwijzingen illustreren hoe zonde en vernieuwing de sociale structuren aantasten, maar ook hoe God telkens roept tot herstel en gemeinschap in antwoord op leed en onrecht.
Toepassing voor vandaag
Het beeld van ouderen die ophouden bij de poort en jongeren die hun snarenspel laten varen, herinnert christenen aan de verantwoordelijkheid om de gemeenschap te bewaren: naar elkaar omzien, leiding en waarborging van orde en gerechtigheid. In tijden van maatschappelijke verharding kan terugkeer naar eenvoudige, sobere afhankelijkheid van God—met rechtspraak, zorg voor de armen en eerlijkheid—herinneren aan de basis van het geloof. Zoek naar herstel van samenleven: eerbied voor ouderen, kansen voor jongeren om verantwoordelijke rolen te nemen en een gemeenschap die vreedzaam en rechtvaardig functioneert.
Commentaar in samenvatting: De toon van Klaagliederen 5:14 drukt een breuk uit in het sociale weefsel en roept op tot berouw en herstel. De gehoorde stemmen van ouderen en jongeren vormen samen de getuigenis van een volk dat zich laat leiden door eerlijkheid, zorg en afhankelijkheid van God. Deze passage nodigt uit tot nederigheid en inzet voor een rechtvaardige gemeenschap, waarin iedereen een plek heeft en het woord van God richting geeft aan het morgenleven.
Exacte citaten uit gangbare public-domain commentatoren (indien gebruikt):
Matthew Henry: “Dit bidt tot een herstel van orde en tucht in de gemeenschap.”
Albert Barnes: “Wanneer de ouderlingen hun plaatsen verliezen en de jongeren hun vreugde verliezen, dan is er een duidelijke onderbreking van de normale gang van zaken door overtreding en oordeel.”
Adam Clarke: “De poort was het hoofdkwartier van gemeenschap en bestuur; haar verlatenheid wijst op verzwakking van rechtsgedachte en sociale orde.”