Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Richtere 21:1 Richtere 21:2 Richtere 21:3 Richtere 21:4 Richtere 21:5 Richtere 21:6 Richtere 21:7 Richtere 21:8 Richtere 21:9 Richtere 21:10 Richtere 21:11 Richtere 21:12 Richtere 21:13 Richtere 21:14 Richtere 21:15 Richtere 21:16 Richtere 21:17 Richtere 21:18 Richtere 21:19 Richtere 21:20 Richtere 21:21 Richtere 21:22 Richtere 21:23 Richtere 21:24 Richtere 21:25


Richteren 21:11 (NLD)
Het onmiddellijke kader van dit vers is een beschrijving van de nasleep van de goddeloze handelingen van Israël in de tijd van de Bareërs, waarin de stam Benjamin zwaar getroffen werd en er een ernstig kwaad blijft bestaan onder het volk. In dit hoofdstuk komen de gevolgen van kortzichtig en eigenwillig handelen naar voren, en ook de noodzaak van gerechtigheid en zuivering binnen het volk van God.
Wat deze tekst onthult over God en het geloof
De regel “al wat mannelijk is, en alle vrouwen, die de bijligging eens mans bekend hebben, zult gij verbannen” straalt een harde maatregel uit die gericht lijkt op zuivering en gerechtigheid binnen de gemeenschap. Hoewel de context een ernstig gebrekkige menselijkheid en ontrouw aan God weerspiegelt, legt de tekst een deel van de rechtvaardige orde van God bloot: gemeenschap vereist zuiverheid, en er bestaan grenzen wanneer het volk weigert te luisteren. Gods eer en orde vereisen dat ontrouw en verwerpelijk gedrag geen plaats krijgen in het midden van Zijn volk. Toch toont de Schrift ook dat menselijk falen grote verontwaardiging teweegbrengt, maar tegelijkertijd roept zij op tot terugkeer tot de Heer in berouw.
Belangrijke woorden en beelden
Verbannen wijst op uitsluiting uit de gemeenschap en op de ernstige ernst waarmee zonde wordt beschouwd. Bijligging van een mans verwijst naar vroegere seksuele verbintenis of losbandigheid, wat in de tekst een reden vormt voor drastische maatregelen. De oproep tot sabbatsrust en zuiverheid in het Oude Verbond toont aan dat God heiligheid eist van Zijn volk.
Gerelateerde passages
Deze verwijzingen helpen inzicht te krijgen in de richting van recht en reiniging, en hoe Israël bevestigd moet blijven in gehoorzaamheid aan Gods geboden.
Korte toetsing met oudere commentaarwoorden
Matthew Henry wijst erop dat dergelijke verordeningen geplaatst zijn in een context van ernst en discipline, zodat het volk tot berouw wordt gebracht en Gods heiligheid wordt gevierd in de gemeenschap. Albert Barnes onderstreept dat detekst de realiteit toont dat ontrouw consequenties heeft voor de hele gemeenschap, terwijl Adam Clarke benadrukt dat de uitroeping geen wrede wraak is, maar een remedie tegen verder ontbinding en afvalligheid.
Cross-referenties en verbindingen
1) Leviticus 18:22–23 – verbod op ongeoorloofde seksuele relaties; verbindt reinheid met het behoud van heilige gemeenschap. 2) 1 Korintiërs 5:11–13 – Paulus leert dat zondige praktijk binnen de gemeente gescheiden moet worden om reiniging mogelijk te maken. 3) Psalm 51:4 – bevestigt dat zonden voor God bekennen en zuivering vereist om rechtvaardig voor God te staan.
Toepassing voor vandaag
Het hoofdgedachte blijft actueel: een gemeenschap die God dient, moet toegewijd zijn aan reinheid, waarheid en gehoorzaamheid. Zonde en ontrouw vereisen duidelijke standing en discipline om het volk te beschermen tegen verder verval. Dit betekent in het moderne licht niet wrede sancties, maar een heldere begeerte naar berouw, verantwoording, en herstel van een heilig leven in de gemeente. Er mag geen tolerantie zijn voor wat de integriteit van de gemeente ondermijnt.
Toelichtende samenvatting: De tekst benadrukt de ernst van zonde en de roep tot zuivering voor het bewaren van Gods heilige gemeenschap. De genoemde gezagslijnen dienen om de gemeenschap niet te ondermijnen maar te corrigeren en te leiden naar berouw en rechtmatige levenswandel.