Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJozua 12:18 Uitleg van het Bijbelvers
Jozua 12:18 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
De koning van Afek, een; de koning van Lassaron, een;
Jozua 12:18 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Jozua 12:18 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jozua 13:4 (NLD) »
Van het zuiden, het ganse land der Kanaanieten, en Meara, die van de Sidoniers is, tot Afek toe, tot aan de landpale der Amorieten.

1 Samuël 4:1 (NLD) »
En het woord van Samuel geschiedde aan gans Israel. En Israel toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-Haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.

Betekenis in één zin
Jozua 12:18 somt een deel van de overwinningslijsten op: de koningen van Afek en Lassaron worden genoemd als overwonnen vijanden ten tafele van Israël, als onderdeel van de veroveringen die Jozua in de landverovering van Kanaän voltooide.
Achtergrond en context
In Jozua 12 wordt een opsomming gegeven van alle koningen die David-achtige veroveringen van de Israëlieten onder leiding van Jozua tot stand brachten. Het noemen van deze koningen illustreert de uitgebreide verslagenheid van Jozua’s veldtocht tegen de achtste en gevestigde stedelijke machten van Kanaän. De vermelde namen — waaronder de koning van Afek en de koning van Lassaron — tonen zowel lokale spreiding als de doelgerichte overwinning van Israël als deel van Gods beloften aan Abraham, Isaak en Jacob. Dit gedeelte situeert de Israëlieten in hun hoopvolle, maar ook strijdige erfgoed: Gods trouw leidt tot het veroveren van vitale strategische steden en versterkt het volk in zijn aangewezen opdracht.
- Concreet verlies van koninkrijken: de opsomming wijst op de volledigheid van de verovering, niet slechts op losse veldslagen. God geeft Israël de overwinning als deel van het navolgen van Zijn verbondsbelofte.
- Lokale context: Afek en Lassaron waren bekende naburige machtige steden. Het tonen van deze specificaties benadrukt dat de veroveringen plaatsvinden in een werkelijk geografisch kader en niet alleen als abstracte triomfen.
- Theologische boodschap: de overwinning draagt bij aan de identiteit van Israël als volk dat God erkent als Hooge Heerser, en die afhankelijkheid van Gods bevel en zegen laat zien.
- De val van andere koninkrijken in Jozua: vergelijken met de eerdere lijst van koningendommen om Gods voorspelbare hand van overwinningen te onderstrepen.
- Leersatz uit Deuteronomium over gehoorzaamheid en zegen: beloftes komen tot vervulling wanneer Israel Gods bevel opvolgt.
- Psalmische herinnering aan God die koninkrijken geeft en afneemt: een bredere toon van afhankelijkheid en lof in Gods handelen.
Laat dit gedeelte ons grijpen dat God Zich niet alleen in grote gebeurtenissen laat zien, maar ook in de specifieke, soms kleine details van de geschiedenis. Onze vertrouwen groeit wanneer wij vertrouwen op Zijn leiding, zelfs als de strijd langdurig en gecompliceerd lijkt.
Interpretaties verhelderen de plaats van Jozua 12:18 in de veroveringscampagne, met herhaalde bevestiging van Gods betrouwbaarheid en Zijn zorg voor het volk in de Georgische tijd van hun geschiedenis. In navolging van oudere commentatoren zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke wordt de passage meestal gezien als deel van de bezielde verschijning van Gods verbondsarbeid.