Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Johannes 13:1 Johannes 13:2 Johannes 13:3 Johannes 13:4 Johannes 13:5 Johannes 13:6 Johannes 13:7 Johannes 13:8 Johannes 13:9 Johannes 13:10 Johannes 13:11 Johannes 13:12 Johannes 13:13 Johannes 13:14 Johannes 13:15 Johannes 13:16 Johannes 13:17 Johannes 13:18 Johannes 13:19 Johannes 13:20 Johannes 13:21 Johannes 13:22 Johannes 13:23 Johannes 13:24 Johannes 13:25 Johannes 13:26 Johannes 13:27 Johannes 13:28 Johannes 13:29 Johannes 13:30 Johannes 13:31 Johannes 13:32 Johannes 13:33 Johannes 13:34 Johannes 13:35 Johannes 13:36 Johannes 13:37 Johannes 13:38



Johannes 13:32 (NLD): Wat dit vers ons zegt
In dit vers wordt weergegeven dat wanneer God in Christus verheerlijkt is, God Hem ook in zichzelf zal verheerlijken en Hem onmiddellijk zal verheerlijken. Het drukt een theologisch principe uit: aan de openbare verschijning van Christus als Zoon van God gaat een hogere goddelijke eerwandeling vooraf. De vreugde en luister van Christus is niet alleen een menselijke vertoning, maar een daad van de Heer zelf, die zijn Zoon versterkt en bevestigt.
Contextueel achtergrond
Dit verse volgt het Laatste Avondmaal, waar Jezus sprak over zijn komende lijden, sterven en opstanding. Zijn woorden bouwen voort op de relatie tussen Vader en Zoon: de eer die de Zoon ontvangt is een weerspiegeling van de eer die de Vader aan Hem toekent. De uitdrukking “verheerlijkt” wijst zowel op tijdelijke mannelijklijkheid van de aardse openbaring als op de eeuwige, goddelijke erkenning die volgt.
Interpretatieve notities
- Verheerlijking is tweeledig: Christus wordt publiekelijk erkend als de Heer, en de Vader verwerft een volkomen eerbetoon door Hem.
- De zinsnede “terstond verheerlijken” (of “Hem onmiddelijk verheerlijken”) onderstreept de onmiddellijke gesloten band tussen Christus’ werkzaamheid, lijden en openbaring van goddelijke glorie.
- Het onderliggende principe is dat de Heer Jezus niet buiten de goddelijke plan verplaatst wordt: Zijn lijden is deel van een grotere eer die de Vader beoogt.
Kernpunten in één overzicht
Verwante passages en korte uitleg
Johannes 12:23-28 – De Zoon moet geoefend worden met verheerlijking door lijden; de uiteindelijke eer volgt na Zijn gehoorzaamheid. Dit confirmereert dat aardse lijden samengaat met goddelijke luister.
Filippenzen 2:9-11 – De totale eer die de Heer ontvangt na Zijn nederige dienst is de uitbarsting van hemelrijk gezag; elke knie buigt neer voor de naam van Jezus. Dit verhoudt zich tot de noodzakelijke verheerlijking in Johannes 13.
Colossenzen 1:17-19 – Door Hem bestaan alle dingen, en in Hem wordt de volheid van goddelijke verbeelding getoond; dit verduidelijkt hoe Christus’ glorieuze positie verbonden is met het geheel van het scheppingsoord.
Praktische toepassing
Laat ons in ons geloof luisteren naar God die Zijn Zoon verheerlijkt heeft: alsof wij ons vertrouwen stellen op Christus’ voltooide werk, mogen wij met hoop en eerbied wandelen, wetende dat ons lijden uiteindelijk ingebed is in Gods verheven plan. Wie Christus erkent, erkent tevens de Vader die Hem verheerlijkt.
Kort verhaald inzicht uit ouder commentaar
Matthew Henry wijst erop dat de eer die aan Christus wordt gegeven, uiteindelijk een eer aan de Vader is, en Adams Clarke onderstreept de onafscheidelijke eenheid van Vader en Zoon in glorie. Albert Barnes benadrukt dat de volheid van Christus’ werk de basis vormt voor onze redding en lofprijzing. Deze inzichten worden samengebracht tot één samenhangende lezing: de goddelijke glorie die Christus ontvangt, stroomt uit en valt terug op de Vader.
Toegepaste samenvatting: In deze uitspraak ligt de kern dat Christus’ glorie geen geïsoleerde gebeurtenis is, maar een deel van het goddelijke plan waardoor de Vader geëerd wordt en de Zoon bevestigd wordt in Zijn identiteit en roeping.