Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Johannes 13:1 Johannes 13:2 Johannes 13:3 Johannes 13:4 Johannes 13:5 Johannes 13:6 Johannes 13:7 Johannes 13:8 Johannes 13:9 Johannes 13:10 Johannes 13:11 Johannes 13:12 Johannes 13:13 Johannes 13:14 Johannes 13:15 Johannes 13:16 Johannes 13:17 Johannes 13:18 Johannes 13:19 Johannes 13:20 Johannes 13:21 Johannes 13:22 Johannes 13:23 Johannes 13:24 Johannes 13:25 Johannes 13:26 Johannes 13:27 Johannes 13:28 Johannes 13:29 Johannes 13:30 Johannes 13:31 Johannes 13:32 Johannes 13:33 Johannes 13:34 Johannes 13:35 Johannes 13:36 Johannes 13:37 Johannes 13:38



Johannes 13:24 – Wie is Hij?
De kern van deze verse ligt in Petrus’ aandrang om te weten wie Jezus bedoeld heeft. Het schildert een moment van zoeken, verwarring en bedoeling: wie is deze Meester die zo nabij komt dat Hij zelfs de schaduw van het verraad en de toekomst van het volk raakt? Petrus, als voornaamste discipel, vraagt in grote eenvoud: “Wie is het?” Deze vraag laat zien hoe de leerlingen door de intimiteit van het Laatste Avondmaal nog niet volledig begrijpen wat Christus’ bediening en lijden zullen betekenen. Toch is er hoopvolle beweging: bij de Middelaar ligt openheid en wandel van betrokken nieuwsgierigheid die uiteindelijk leidt tot geloofstrouw.
In het Evangelie van Johannes wordt deze scène geplaatst nabij het Laatste Avondmaal, waarin Jezus de voeten wast en spreekt over liefde, dienstbaarheid en verraad. Petrus’ wenk in Joh. 13:24 is een direct getuigenis van het relationele karakter van de discipelschap: liefdevolle betrokkenheid vereist vragen stellen en luisteren naar de uitleg van de Meester. De verteller houdt vast aan de menselijke neiging om te zoeken naar concretisering: wie is Hij in het midden van deze vreemde taal en deze ongewisse toekomst?
Deze vraag toont de combinatie van openbaring en geheimenis die in Christus aanwezig is. Het dient als anticipatie op de uiteindelijke openbaring van Jezus’ identiteit als de Christus en als de Zoon van God, en tegelijk als waarschuwing dat niet ieder de ware identiteitswaarde onmiddellijk begrijpt zonder de werking van de Heilige Geest. Petrus’ vraag is niet een valse nieuwsgierigheid maar een geestelijke honger naar nabijheid en zekerheid in het licht van inkeer en dienstbaarheid.
Merk op: In Johannes wordt de identiteit vaak onthuld door dialoog en teken, minder door publieke bekrachtiging; dit paneel toont hoe ware kennis vaak stap voor stap groeit.
Albert Barnes benadrukt dat de disciples vragen kunnen stellen uit vurig verlangen naar nabijheid met Christus, en dat het soort vragen God tot openbaring leidt. Adam Clarke wijst op de menselijke onzekerheid die samengaat met de presente omgang van Jezus en de leerlingen, en hoe openbaring geleidelijk komt. Matthew Henry onderstreept de tedere nabijheid van de Heer die door zulke vragen heen spreekt en troost schenkt in liefdevolle gemeenschap.
Johannes 13:24 vangt een moment van intieme verwachting: Petrus durft te vragen wie Hij is. Het is een aanzet tot gehoorzaamheid die verder gaat dan nieuwsgierigheid en ons wil leiden naar een dieper begrip van Christus’ identiteit en missie. In dit korte gebaar wordt hetLangzame proces van openbaring zichtbaar: liefdevol luisteren, samenwonen met de Heer en geduld hebben met de tijd die Hij nodig heeft om te openen wat verborgen ligt in Zijn gelaat.
Toegankelijk inzicht: Laat dit moment ons aanzetten tot gebed en toewijding—dat wij ook vragen mogen stellen aan Christus en oren en hart openen voor Zijn antwoord, wetende dat Hij nabij is en ons leert kennen zoals Hij ons liefheeft.