Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 7:2 Uitleg van het Bijbelvers
Job 7:2 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon;
Job 7:2 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 7:2 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Leviticus 19:13 (NLD) »
Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen.

Deuteronomium 24:15 (NLD) »
Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.

Maleachi 3:5 (NLD) »
En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen, die valselijk zweren, en tegen degenen, die het loon des dagloners met geweld inhouden, die de weduwe, en den wees, en den vreemdeling het recht verkeren, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen.
Job 7:2 — Een beeld van menselijke verwachting en ontheemding
De伽tekst geeft een korte, maar scherpe vergelijking: de mens lijdt onder de drang naar erkenning en arbeid als een dienstknecht die hijigt naar de schaduw, en een dagloner die zijn loon wacht. Het punt is dat het menselijk bestaan vaak wordt gekenmerkt door arbeid, verlangen en onzekerheid over wat uiteindelijk wacht. In Job 7:2 wordt dit uitgedrukt met een eenvoudige, maar indringende beeldspraak: verlangen naar iets wat schhut, en het wachten op wat gerechtigd is, terwijl de tijd verstrijkt in onzekerheid.
Literaire context
Dit vers staat in het hoofdstuk waarin Job zijn aardse bestaan beschrijft als een reeks van lijden en rusteloze verwachting. De vergelijking met een dienstknecht die hijgt naar de schaduw, en een dagloner die wacht op loon, benadrukt twee kanten van het menselijke condition: arbeid (dienstbaarheid) en beloning (loon). Job gebruikt deze concrete beelden uit het dagelijkse leven om de onzekerheid en de kwetsbaarheid van het menselijk leven te tonen. Het refrein van lijden wordt doorsneden door dit soort analogieën die de tol van onzichtbare zorgen laten zien.
Theologische betekenis
Job erfijkt geen definitieve oplossing in dit vers, maar wijst juist op de hoeksteen van menselijke verwachting: zelfs in dienstbaarheid en arbeid blijft de zekerheid van een loon ongewis. Dit bereidt de lezers voor op de theologische vraag naar God’s recht en de uiteindelijke beloning. Het vers nodigt uit tot beleving van vertrouwen temidden van onzekerheid, en tot erkenning dat het menselijk uitzicht beperkt is als het gaat om beloning en rechtvaardigheid.
Verbinding met andere Schriftplaatsen
Elke verwijzing laat zien dat lijden en wachten een gemeenschappelijk thema zijn in de Schrift: het drijft ons om ons vertrouwen niet te vestigen op aardse beloningen maar op Gods rechtvaardigheid en uiteindelijke belofte.
Reflecterende vragen
Samenvattende conclusie
Job 7:2 plaatst ons in het midden van de menselijke ervaring: arbeid, verwachting en kwetsbaarheid. De beeldspraak van dienstknecht en dagloner roept op tot geduld en vertrouwen, zelfs wanneer vreugde en loon niet direct zichtbaar zijn. Het vers bereidt de lezer voor op een dieper woord over Gods rechtvaardigheid en nabijheid, ondanks het aardse lijden.
Kerncitaten uit vroegere commentators
Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke bieden telkens aan dat het vers de menselijke conditie van vrezen en wachten onderstreept, en dat ons vertrouwen uiteindelijk op God gericht moet zijn boven alle tijdelijke loon en beloning. Zoals hun verhandelingen het verwoorden: het luidt een oproep tot geduld en vertrouwen in Gods soevereine plan, zelfs wanneer het zicht op loon ons ontbreekt. (Let op: exacte citaten zijn kort weergegeven en samengevat ten behoeve van dit overzicht.)