Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 40 Kruisverwijzingen in de Bijbel
Job 40:2 (NLD)
(39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.
(39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.
Job 40:4 (NLD)
(39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
(39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
Job 40:5 (NLD)
(39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren.
(39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren.
Job 40:8 (NLD)
(40:3) Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
(40:3) Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
Job 40:10 (NLD)
(40:5) Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
(40:5) Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
Job 40:11 (NLD)
(40:6) Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!
(40:6) Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!
Job 40:12 (NLD)
(40:7) Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!
(40:7) Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!
Job 40:15 (NLD)
(40:10) Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
(40:10) Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
Job 40:16 (NLD)
(40:11) Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.
(40:11) Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.
Job 40:17 (NLD)
(40:12) Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
(40:12) Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
Job 40:18 (NLD)
(40:13) Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.
(40:13) Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.
Job 40:19 (NLD)
(40:14) Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.
(40:14) Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.
Job 40:20 (NLD)
(40:15) Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.
(40:15) Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.
Job 40:21 (NLD)
(40:16) Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.
(40:16) Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.
Job 40:22 (NLD)
(40:17) De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.
(40:17) De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.
Job 40:23 (NLD)
(40:18) Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
(40:18) Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
Job 40:24 (NLD)
(40:19) Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?
(40:19) Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?