Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 22:5 Uitleg van het Bijbelvers
Job 22:5 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?
Job 22:5 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 22:5 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Job 15:31 (NLD) »
Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.

Job 4:7 (NLD) »
Gedenk toch, wie is de onschuldige, die vergaan zij; en waar zijn de oprechten verdelgd?

Job 11:14 (NLD) »
Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.
Job 22:5 — Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?
Directe betekenis: Job 22:5 beklaagt Elihu of de spreker dat men zijn boosheid en de ongerechtigheden die hij ziet, als ontoelaatbaar groot en onuitputtelijk beschouwt. Het vers vraagt retorisch of iemands zonden zo overvloedig en onophoudelijk zijn dat er geen einde aan komt; het legt de focus op de ernst en duur van menselijke misleiding tegenover God’s rechtvaardigheid.
Contextuele achtergrond
Dit vers komt uit een dialoog in de barstende rechtszaak tussen Job en zijn drie vrienden, waarin Elihu een laatste tussenkomst levert. De vrienden beschuldigden Job, terwijl Job zijn onschuld en Gods ondoorgrondelijke wegen betuigde. Elihu slaat een meer herschikkende toon aan: de ernst van zonde in de mens en de reikwijdte van Gods orde worden hier op scherp gesteld. Het woordgebruik wijst op een beschuldiging van een voortdurend, hardnekkig verzet tegen God.
Interpretatieve kernpunten
Kerntekst in relatie tot andere passages
Cross-referenties met toelichting:
Toelichting bij de relaties: de andere teksten onderstrepen dat menselijk begrip van kwaad deelnemen aan zelfrechtspraak vaak misplaatst is; God handelt in gerechtigheid en zal rekenschap vragen.
Concluderende toepassing
De boodschap is waarschuwend maar hoopvol: zonde is ernstig en het vraagt om berouw en om God te zoeken. Als iemands boosheid en ongerechtigheden lijken te eindigen in een eindeloos patroon, roepen de teksten op tot inkeer, vertrouwen op Gods genade en het zoeken naar rechtvaardigheid in relatie tot God en de naaste.
Kernpunten in vogelvlucht
Aanvullende toelichting uit oudere commentaren
Uit Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke leveren de volgende, beknopte indrukken een ondersteunende waarde:
Henry benadrukt dat zonde vaak als een algemene toestand en als verzet tegen God wordt gezien, en dat gerechtigheid van God steeds boven menselijke vooroordelen uitgaat. Barnes wijst op de realiteit dat zonder berouw zonden zich opstapelen en moeilijk te dragen worden. Clarke onderstreept de noodzaak van een oprecht vertrouwen in advies en de noodzakelijkheid van bekering.
Quote in tekst (indien van toepassing): "Is niet uw boosheid groot..." wordt door deze commentatoren gezien als een onmiddellijke confrontatie met de hardnekkigheid van zonde en de noodzaak van een ommekeer.
Cross-referenties toelichting: Jesaja 1:2-4 behandelt een soortgelijke oproep tot bezinning over Gods heer en recht. Psalm 39:7-8 leert hoe hoop en redding mogelijk zijn wanneer men zich wendt tot God. Romeinen 12:19 onderstreept dat menselijke wraak niet de plek is waar recht geschiedt; God zal alle dingen recht doen.