Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJob 1:3 Uitleg van het Bijbelvers
Job 1:3 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Daartoe was zijn vee zeven duizend schapen, en drie duizend kemelen, en vijfhonderd juk ossen, en vijfhonderd ezelinnen; ook was zijn dienstvolk zeer veel; zodat deze man groter was dan al die van het oosten.
Job 1:3 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Job 1:3 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Job 29:25 (NLD) »
Verkoos ik hun weg, zo zat ik bovenaan, en woonde als een koning onder de benden, als een, die treurigen vertroost.

Job 42:12 (NLD) »
En de HEERE zegende Jobs laatste meer dan zijn eerste; want hij had veertien duizend schapen, en zes duizend kemelen, en duizend juk runderen, en duizend ezelinnen.

Richtere 6:3 (NLD) »
Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.
Job 1:3 – Setting en rijkdom van Job
In Job 1:3 wordt een beeld geschetst van Job’s voorspoed en gezag: hij bezit enorme vee-voorraden—zeven duizend schapen, drie duizend kamelen, vijfhonderd jukosmossen en vijfhonderd ezelinnen—en zijn dienstvolk was zeer talrijk. Dezeculmineert in de conclusie dat Job groter was dan al die van het oosten. Het vers plaatst ons op de drempel van het boek, waar sprake is van een rechtvaardige man wiens rijkdom en reputatie in menselijk oog volmaakt lijken, maar wiens hartenverhouding tot God op de proef gesteld zal worden.
Wat dit tekstbeeld onthult over God en het geloof
Het beeld van Job’s grote bezittingen weerspiegelt in de Oudtestamentische cultuur een zekere zeggingskracht van iemands zegen en gunst van God. De nadruk ligt niet op rijkdom als zodanig, maar op de orde van behoren en verantwoordelijkheid: Job is gezalfd met aanzien en vertrouwen, zodat hij als hoeder kan functioneren over velen. In de eerste hoofdstukken wordt duidelijk gemaakt dat achter al het aardse succes een Goddelijke ordening schuilt: Job’s rijke bedrijf en zijn status maken hem tot een voornaam mens onder de Oosterse stammen, maar het ware inhoud van zijn geloof zal zich onthullen wanneer de tucht van God aan het licht komt.
Belangrijke woorden en beelden verduidelijkt
- “zeven duizend schapen, drie duizend kemelen, vijfhonderd juk ossen, vijfhonderd ezelinnen”: deze cijfers tonen volledigheid en overvloed, waarmee men inkomen, arbeid en samenleving onder één leider rep har. Rijkdom functioneert hier als een teken van verantwoordelijkheid: Job’s overvloed stelt hem in staat anderen te dragen, te investeren in arbeid en te beschermen.
- “dienstvolk”: het grote personeel wijst op gezag en orde. Job fungeert als hoofd en hoeder van een uitgebreide economische en sociale structuur.
Kruisverwijzingen en verheldering
- Genesis 12:2 en Deuteronomium 28:1-14 schetsen hoe zegen verbonden is met gehoorzaamheid en betrouwbaarheid in het licht van God. Job’s rijkdom kan gezien worden als een menselijke uitdrukking van zegen wanneer hij als rechtvaardig wordt gekozen.
- Jakobus 5:11 herinnert ons aan volharding in lijden van de rechtvaardig en hoe God’s zegen in lopende tucht tot volmaaktheid werkt.
Toepassing voor vandaag
Het vers daagt ons uit na te denken over de aard van rijkdom en verantwoordelijkheid. Rijkdom op zich is geen straf of bewijs van aannamen; wat telt, is hoe de zegen wordt beheerd: met vrijgevigheid, zorg voor anderen en toewijding aan God. Alsof Job’s verhaal ons leert: succes kan dienen als platform tot dienst en toewijding, niet tot zelfverheerlijking. In onze tijd kan dit betekenen: hoe gebruik jij welvaart om anderen te helpen en Gods koninkrijk te dienen?
Kernzinnen uit klassieke commentaar
Uit Matthew Henry en Adam Clarke blijkt dat rijkdom een test kan zijn van vriendschap met God en van toewijding aan rechtvaardigheid. Henry biedt de blik dat Job’s aanzien ook een roeping omvat tot sociale verantwoordelijkheid; Clarke benadrukt dat deze uitgebreide bezittingen de mens tot dienstbare hoeder maken, niet tot onafhankelijk heerser. (Korte, verdisconte tekstuele citaten uit deze commentatoren zijn expliciet opgenomen wanneer aanwezig.)
Toepassing in pastoraal-literaire toets: dit vers roept op tot nederigheid in voorspoed en waakzaamheid in verantwoordelijkheid. Het herinnert ons dat ware lof niet wordt gemeten aan rijkdom, maar aan trouw aan God in zowel welstand als beproevingen.