Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Jeremia 1 Jeremia 2 Jeremia 3 Jeremia 4 Jeremia 5 Jeremia 6 Jeremia 7 Jeremia 8 Jeremia 9 Jeremia 10 Jeremia 11 Jeremia 12 Jeremia 13 Jeremia 14 Jeremia 15 Jeremia 16 Jeremia 17 Jeremia 18 Jeremia 19 Jeremia 20 Jeremia 21 Jeremia 22 Jeremia 23 Jeremia 24 Jeremia 25 Jeremia 26 Jeremia 27 Jeremia 28 Jeremia 29 Jeremia 30 Jeremia 31 Jeremia 32 Jeremia 33 Jeremia 34 Jeremia 35 Jeremia 36 Jeremia 37 Jeremia 38 Jeremia 39 Jeremia 40 Jeremia 41 Jeremia 42 Jeremia 43 Jeremia 44 Jeremia 45 Jeremia 46 Jeremia 47 Jeremia 48 Jeremia 49 Jeremia 50 Jeremia 51 Jeremia 52



Jeremia 8:22 — Is er geen balsem in Gilead?
In beeldtaal roept Jeremia een diepe zorg uit: waarom is er geen genezing voor het volk? De vraag bevat zowel een praktische klacht over de voortdurende ziekten als een theologische waarschuwing dat Gods volk verloren dreigt te gaan omdat geen herstel mogelijk lijkt. De balsem en de heelmeester symboliseren Gods voorziening voor heling en vernieuwing; de afwezigheid daarvan onthult de ernst van de geestelijke krankheid van Juda.
Achtergrond en situatie
Jeremia dient zich af in een tijd van ontrouw en afvalligheid in Juda. Het volk verkeert in morele en geestelijke ziekte, terwijl de tempel en de aanbidding van de Here haar zeggingskracht verliezen. De uitdrukking “balsem in Gilead” verwijst naar een specifieke wonderolie uit Gilead die men gebruikt om wonden te verzachten en te genezen. De vraag is een retorisch middel: als er genezing beschikbaar is, waarom komt er geen genezing voor de sociale en morele ziekte van het volk?
Interpretatieve kernpunten
- De woorden raken aan de hoop op herstel: God staat bekend als de genezer van Israël, maar de realiteit is dat het volk geen genezing ervaart. Dit legt de verantwoordelijkheid van de leiders en de predikanten bloot.
- De zorg ligt bij het volk zelf: als de gezondheid der dochter van mijn volk niet gerezen is, dan wijst dit op collectieve schuld en de noodzaak van bekering. Het gaat om morele en geestelijke ziekte die vraagt om bekering en terugkeer tot de Here.
- Een oproep tot geloofskern: Gods genezing gaat gepaard met geloof, berouw en gehoorzaamheid. De afwezigheid van genezing betekent niet dat Gods genezend handelen onmogelijk is, maar dat er een menselijke weerstand blijft tegen Zijn woord en krachtige werking.
Kernachtige interpretatieve opmerkingen
Verbindingen met andere passages
Relevant 1: Spreuken 16:24 – wijze raad als zoet beleg. Toepassing: God biedt heilzame woorden die het hart verzachten en het ther met waarheid vullen.
Relevant 2: Jesaja 38:16–17 – genezing door de Here; wanneer mensen tot Hem terugkeren, schenkt Hij genezing en vergeving. Toepassing: genezing begint met bekering en vertrouwen in God.
Relevant 3: Jeremia 17:14 – “Gij zijt mijnheer, och Heer, genees mij, en ik zal zijn”—vertrouwen op Gods voeding en vernieuwing als bron van leven.
Deze vers uit Jeremia roept op tot bezinning: wanneer de ziel ziek is door ongehoorzaamheid en afwijzing van God, is het nodig om te zoeken naar Zijn genezende woord en richting. God roept tot bekering en gehoorzaamheid, zodat Zijn volk weer gezondheid en leven in Hem vindt. De boodschap blijft: er is genezing beschikbaar, maar het vergt een instemming met Zijn waarheid en een daarop gebaseerde wandel.