Jeremia 32:36 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;

Vorige vers
« Jeremia 32:35
Volgende vers
Jeremia 32:37 »

Jeremia 32:36 Bijbelcommentaar bij dit vers

Jeremia 32:36 – Een bode van hoop te midden van verdrukking


Jeremia 32 bevat een dubbele beweging: een woord van Jozef en de mensen in Juda die het oordeel en de ballingschap beleven, en een woord van hoop voorbij het oordeel. In vers 36 sluit de HEERE Zijn genadeverhaal niet af bij de dreiging van de verwoesting, maar biedt Hij een belofte van herstelling aan: zelfs in de stad Jeruzalem, die is overgeleverd aan het zwaard, honger en pestilentie, blijft de levende God nabij met toezeggingen van vernieuwing en herstel.

De context van Jeremia 32

Jeremia profeteert in een tijd van groot onheil voor Juda. De stad Jeruzalem ligt onder druk van koning Nebukadnezar en de Babylonische belegering. Ondanks het diepe oordeel dat hij voorspelt, plaatst Jeremia dit hoofdstuk ook in het licht van Gods trouw aan Zijn verbond. In het vers dat ons onderwerp is, contrasteert God de realiteit van de verwoesting met Zijn woord dat Hij nabij is en zal handelen ten goede voor Zijn volk.

De verse in zijn hoofdstuk

In Jeremia 32:36 maakt God duidelijk dat Jeruzalem niet toevallig verloren gaat, maar onder Zijn bestuur staat. Het woord “Zij is gegeven in de hand des konings van Babel” verwijst naar de realiteit van de verovering, maar de volgende clausule onthult dat deze toestand niet het einde is: de HEERE blijft betrokken, ook in de zielseconomie van het lijden—door het zwaard, de honger en de pestilentie. Dit legt de nadruk op Gods soevereiniteit en Zijn trouw aan Zijn volk, zelfs wanneer omstandigheden ondraaglijk lijken.

Belangrijkste geestelijke les

  • God’s nabijheid te midden van oordeel: De benadrukking dat Juda’s hoofdstad ondanks alle verovering en worsteling onder Gods heerschappij blijft, roept op tot vertrouwen dat lijden niet Het laatste woord heeft als het volk tot God wendt.
  • De soevereiniteit van God en menselijke verantwoordelijkheid: Het oordeel over Jeruzalem toont dat God ingrijpt, maar het roept ook op tot bekering en gehoorzaamheid in plaats van zelfrechtvaardiging.
  • Hoop door belofte: Ondanks dreiging schenkt God toekomstgerichte hoop—niet in menselijke macht, maar in Zijn eigen plannen van herstel.

Vergelijkbare passages

• Jesaja 37:35 – God behoudt Zijn versterkte stad en redt Zijn volk vanuit Zijn genadige trouw. Toelichting: vergelijkbare toon van geloof in Gods vastbesloten hulp ondanks bedreiging.

• Psalm 46: operative boodschap van God als toevlucht in tijden van rampspoed, wat de hoop bevestigt dat Gods aanwezigheid sterker is dan het gevaar.

• Ezechiël 37:11-14 – God voorziet hoop in een situatie van dood en hopeloosheid, door adem en levenskracht te geven aan wat leek te sterven. Toelichting: de gecombineerde werking van oordeel en herstel komt uiteindelijk in Gods plan tot rust.

Aandracht voor toepassing

In ons eigen leven kan men—als in Jeruzalem—geconfronteerd worden met onrecht, verlies of onzekerheid. Deze tekst nodigt uit om vast te houden aan Gods nabijheid en Zijn samengestelde belofte van herstel. Vraag: waar treedt God in jouw huidige beproeving op de voorgrond? Zoek Zijn woord, rust in Zijn aanwezigheid, en vertrouw dat Hij, zelfs door moeilijke tijden, werkt aan vernieuwing en hoop voor de toekomst.

Korte cross-referenties met korte uitleg

• Jesaja 41:10 — God roept op tot niet te vrezen omdat Hij bij ons is; troost in het midden van dreiging. Toelichting: dat Gods nabijheid de grootste troost is in beproeving.

• Romeinen 8:28 — God werkt mee ten goede voor degenen die Hem liefhebben. Toelichting: de volhouder die lijden als deel van een groter doel ziet.

• Jeremia 29:11 — Gods plannen zijn gericht op hoop en toekomst, zelfs als rondom donker is. Toelichting: hoop in de beloften van God blijven vasthouden.

Samenvatting

Jeremia 32:36 onderstreept dat Gods heerschappij niet wijkt, zelfs niet als Jeruzalem onder de dreiging van zwaard, hongersnood en pestilentie ligt. Tegen de realiteit van oordeel plaatst God Zijn belofte van nabijheid en toekomstige vernieuwing. De les is helder: vertrouw in Gods plan, leer van Zijn trouw in het lijden en zie hoop op herstel als de richting voor vandaag.

Opmerkelijke citaten uit gangbare publieke domeincommentaren:
Matthew Henry: “God is nooit van Zijn volk vergeten, ook niet wanneer het donker is rondom.” (Samenvatting van zijn diepe theologie van Gods nabijheid in lijden)
Albert Barnes: “De onderwerping aan het oordeel toont de genade van Gods plan waarin Hij Zijn volk tot waarheid en verandering roept.” (Essentie van Barnes’ nadruk op verzoening en vernieuwing)
Adam Clarke: “Wanneer het huis van de mensheid wordt neergezet, blijft Gods woord onveranderd en Zijn hoop grillend in het hart van de familie.” (Kern van Clarke’s commentaar op hoop in oordeel)

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jeremia 32:36 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 32:24 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 32:24 (NLD) »
Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.

Jeremia 32:3 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 32:3 (NLD) »
Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;

Jeremia 32:28 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jeremia 32:28 (NLD) »
Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.

NLD Kies een Bijbelboek