Jeremia 2:31 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?

Vorige vers
« Jeremia 2:30
Volgende vers
Jeremia 2:32 »

Jeremia 2:31 Bijbelcommentaar bij dit vers

Jeremia 2:31 – Aan het volk: waarom twijfelt gij aan Mijn woord?

Kernpunt: De profeet Jeremia confronteert Israël met zijn hartelijke ongehoorzaamheid: God heeft zich altijd geopenbaard als een betrouwbare Vader, maar het volk ziet Zijn woord als vreemd en denkt dat zij zich op eigen wijze genadigd kunnen staande houden. De cloister van zelfverzekerheid wordt doorbroken door een herinnering aan Gods trouw en de noodzaak om terug te keren tot Hem.

Literair kader

Jeremia 2 bevat een retorische beschouwing waarin de Here als schepper en aanbiddingspartner wordt herinnerd aan Zijn vroegere weldaad. In vers 31 roept Jeremia het volk toe: “O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord!” Dit is geen algemene waarschuwing maar een gericht getuigenis: God heeft zich geopenbaard, niet als een verre god, maar als een betrokken Heerser die spreekt en eisend reageert. De vraagstelling “Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?” drijft de gebeurtenis terug tot de kern van de relatie: vertrouwen en gehoorzaamheid, of eigenzinnig zelfbeheer.

Theologische betekenis

De tekst legt nadruk op de betrouwbaarheid van Gods woord versus de mensenhaat tegen afhankelijkheid. Israël’s beschrijving van ruimte voor zijn eigen autonomie toont een diepe misstap: het idee dat men zonder God kan voortbestaan, terwijl de consequentie van verwijdering uit Zijn woord onmiskenbaar schade brengt. Voor de christelijke lezer onderstreept dit de noodzaak van voortdurend luisteren naar God, want Zijn woord is geen last maar licht, geen lastwoord maar kompas.

Vergelijkingen in de Schrift

  • Vergelijkbaar met Hosea 4:6, waar gebrek aan kennis van God leidt tot afvalligheid; het woord van God als kanaal van kennis en relatie is essentieel. Het benadrukt dat verwaarlozing van Zijn openbaring leidt tot morele en spirituele verarming.
  • In Jesaja 55:11 wordt Gods woord zelf geautoriseerd: het werkt wat Hem behaagt. Jeremia 2 laat zien dat het volk niet alleen informatie ontvangt, maar verplichting en verantwoordelijkheid op zich neemt bij elke woordverkondiging.

Kerntekstverklaring en zinsverband

“O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord!” roept Jeremia in samenwerking met de Here op tot reflectie: hoe vaak wordt Zijn woord genegeerd, hoe vaak wordt Zijn stem geneutraliseerd door afleidende ideeën en eigen wijze plannen? De tweede vraag zet Israël aan tot bezinning: als zij zichzelf als zelfstandig of onafhankelijk van God beschouwen, dan is dit een miskenning van de realiteit van Gods heerschappij. Het literaire patroon combineert retorische vragen met herinnering aan eerdere genade, zodat de lezer zich verplicht voelt tot berouw en terugkeer.

Toepassingsvragen

Cross-referenties met korte uitleg

Jesaja 1:2-4 – God confronteert Israëls ongehoorzaamheid en roept tot terugkeer naar Zijn woord. De boodschap van Jeremia vindt aansluiting bij een breder patroon: wegzakken in autonomenheid ondermijnt relatie met God.

Hosea 4:6 – gebrek aan kennis van God leidt tot morele en spirituele leegte; het onderwerp van het woord is niet slechts informatie maar relatie en verantwoordelijkheid.

Psalm 119:105 – “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Een passende ondersteuning van het idee dat Gods woord richting en correctie biedt.

Conclusie

Jeremia 2:31 drukt uit dat Gods woord geen abstracte wetgeving is, maar levende openbaring die relaties vormt. Het volk wordt opgeroepen tot bezinning en terugkeer naar de betrouwbaarheid van God. Voor gelovigen vandaag betekent dit: zoek actief naar Gods woord, laat het spreken en leidt tot gehoorzaamheid, want zonder Zijn woord blijft men buiten de relatie met de Here die Zijn volk voedt en leidt.

Verantwoorde bronnen en citaten

Dit commentaar put uit openbare, oudere bronnen van Bijbelinterpretatie. Exacte korte citaten uit de volgende commentatoren kunnen bij de oorspronkelijke werken gevonden worden in publieke domeinsverzamelingen: - Matthew Henry: enkele beknopte uitdrukkingen over de betrouwbaarheid van Gods woord. - Albert Barnes: waarheidsgetrouwe nadruk op relatie met God via Zijn openbaring. - Adam Clarke: benadrukt de historische en theologische dimensies van Israëls oproep tot bekering.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Jeremia 2:31 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Deuteronomium 32:15 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Deuteronomium 32:15 (NLD) »
Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.

2 Samuël 12:7 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
2 Samuël 12:7 (NLD) »
Toen zeide Nathan tot David: Gij zijt die man! Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u ten koning gezalfd over Israel, en Ik heb u uit Sauls hand gered;

Deuteronomium 8:12 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Deuteronomium 8:12 (NLD) »
Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen,

NLD Kies een Bijbelboek